slavernij accepteren: vlam die net hemelgang bevordert! (geen opstand)


154.3

Maria Valtorta:

'"Gegoret Meester! U hier? Kent U mij nog?"

"Moge God tot u komen, Publius Quintillianus! Ziet U? Ik bén gekomen!"

"En precies hier, in de Romeinse wijk. Ik verwachtte niet meer om U nog weer te zien.

Maar ik ben blij U te horen!"


"Ik ook. Zijn er veel roeiers, op die galei?"

"Veel, ja. Voor het grootste deel krijgsgevangenen. Hebt U interesse?"

"Ik zou graag naar dat schip gaan."

"Kom maar mee. Opruimen, jullie!" beveelt hij de enkelen die dichterbij zijn gekomen

en die meteen opzij gaan, verwensingen mompelend.

"Laat hen, Ik ben gewend aan veel volk."

"Tot hier kan ik gaan. Niet verder. Militaire gallei."

"Dat is genoeg voor Mij. Moge God u belonen!"


Jezus hervat zijn toespraak,

terwijl de Romein naast hem de wacht houdt, prachtig gekleed in zijn gewaad.


"Slaven door een pijnlijke gebeurtenis,

d.w.z., slaven slechts één keer.

Slaven voor het leven...

Maar elke traan die op hun ketenen valt,

elke zweepslag die neerdaalt om een pijn in hun vlees te schrijven,

maakt de handboeien dunner, versiert dat wat niet sterft,

en opent uiteindelijk voor hen de vrede van God,

die de Vriend is van Zijn arme, ongelukkige kinderen

en die hen evenveel vreugde zal geven als de pijn die hier werd geleden."


Vanaf de verschansing van de kombuis leunen bemanningsleden naar buiten en luisteren.

De gevangenen zijn daar, uiteraard, niet. Maar zij horen ongetwijfeld de krachtige stem van Jezus,

die zich doorheen alle gaten in de roeidollen verspreidt in de rustige lucht van dit uur van eb.

Publius Quintillianus, geroepen door een soldaat, is vertrokken.


Ik wil tegen deze ongelukkigen, die God liefheeft, zeggen

dat ze zich moeten neerleggen bij hun pijn,

dat ze er niets anders van moeten maken dan een vlam

die de ketenen van de gevangenis en van het leven sneller zal doen smelten,

verteren in een verlangen naar God, deze arme dag die het leven is,

een donkere, stormachtige dag, vol angsten en ontberingen,

om de dag van God binnen te gaan, helder, sereen,

zonder angst of smachten.


Jullie zullen de grote vrede en de oneindige vrijheid van het Paradijs binnengaan,

O martelaren van een pijnlijk lot, als jullie maar weten goed te zijn in je lijden

en naar God te streven."'


4 mei 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken