sterken van Johannes de Doper 2
148.2
Maria Valtorta:
'"Ik ben gekomen om 'bedankt' te zeggen.
Je hebt je taak vervuld en vervult ze nog steeds,
met de perfectie van de Genade die in je is,
je missie als Mijn Voorloper.
Als de tijd komt,
zul je aan Mijn zijde de hemel binnengaan,
want je zult alles verdiend hebben van God.
Maar in afwachting daarvan zúl je al in de vrede van de Heer zijn, mijn geliefde vriend."
"Zeer binnenkort zal ik de vrede ingaan.
Mijn Meester en God, zegen Uw dienaar en sterk hem in de laatste beproeving.
Het is mij niet onbekend dat het nu dichtbij is, en dat ik nog één getuigenis moet afleggen:
dat van het bloed.
En voor U, meer nog dan voor mij, is het niet onbekend dat mijn tijd gaat komen.
Uw komst was de barmhartige goedheid van Uw hart van God,
die het wilde, om de laatste martelaar van Israël te sterken.
en de eerste martelaar van de nieuwe tijd.
Maar vertel me alleen: zal ik lang moeten wachten
op Uw komst?"
"Nee, Johannes.
Niet veel langer dan het duurde tussen jouw geboorte en de Mijne."
"Gezegend zij de Allerhoogste!"
"Jezus...
Mag ik U zo noemen?"
"Dat mag je, door het bloed en door de heiligheid.
Die Naam, die zelfs zondaars uitspreken, mag door de Heilige van Israël worden uitgesproken.
Voor hen is hij redding, voor jou weze hij zoetheid.
Wat wil je van Jezus, je Meester en je neef?
"Ik ga dood.
Maar zoals een vader zich zorgen maakt over zijn kinderen,
zo maak ik mij zorgen over mijn discipelen.
Mijn discipelen...
U bent de Meester, en U weet hoe de Liefde voor hen in ons leeft.
De enige pijn die ik voel als ik sterf, is de angst dat ze verloren zullen zijn, als schapen zonder herder.
Verzamelt U ze.
Ik geef U de drie terug die van U zijn,
en die als volmaakte discipelen van mij
op U hebben gewacht.
In hen, en vooral in Matthias, is de Wijsheid werkelijk aanwezig.
Ik heb er nog andere. En zij zullen naar U komen.
Maar ik vertrouw deze graag persoonlijk aan U toe.
Zij zijn de drie dierbaarste."
"En Ik houd ze zeer dierbaar.
Maak je geen zorgen, Johannes. Zij zullen niet verloren gaan.
Noch zij, noch de andere die je hebt, ware discipelen.
Ik neem je erfenis in ontvangst en zal die bewaken
als de dierbaarste schat die Ik heb gekregen
van Mijn volmaakte vriend
en dienaar van de Heer."'
Reacties
Een reactie posten