vrouw als hulppriesteres voor priesters (Tijd van Toorn voorbij!)
157.2
Maria Valtorta:
'"Discipel wil zeggen:
die de discipline/tucht van de Meester volgt, van zijn leer.
Daarom zullen in brede zin allen discipelen genoemd worden
die nu en in de eeuwen daarna Mijn Leer zullen volgen.
En om niet te veel namen te moeten noemen, en te zeggen: 'discipelen van Jezus volgens de onderrichting van Petrus of Andreas, van Jakobus of Johannes, van Simon of Filippus, van Judas of Bartholomeüs, of van Thomas en Mattheüs'... zal men ze noemen, met één enkele naam die hen onder één enkel teken zal groeperen: 'Christenen'.
Maar onder de grote massa onderworpenen aan Mijn discipline, heb Ik al de eersten gekozen,
en nu de volgenden, en zo zal het door de eeuwen heen gebeuren,
in nagedachtenis aan Mij.
Net zoals je in de Tempel, en zelfs daarvoor al, vanaf Mozes, de Hogepriester/Pontifex/Paus had, en de priesters, de levieten, de verantwoordelijken voor de verschillende diensten, ambten en taken, de zangers enzovoort, net zo zullen er in mijn nieuwe Tempel - zo groot als de hele aarde, en net zo lang bestaand als deze - de hogeren en de lageren zijn, allemaal nuttig, allemaal geliefd door Mij.
En daaraan voorbij zullen er vrouwen zijn, de nieuwe categorie die Israël altijd heeft veracht, hen beperkend tot het maagdelijke gezang in de Tempel, of de instructie van maagden in de Tempel. En verder niets.
Discussieer niet over de vraag of dit wel juist was.
In de besloten religie van Israël, en in de Tijd van de Toorn, was dit juist.
Alle schande rustte op de vrouw, zij was de oorsprong van de zonde.
In de universele religie van Christus, en in de Tijd van Vergeving, verandert dit allemaal.
Alle Genade werd verzameld in één vrouw, en Zij heeft die in de wereld gebaard,
opdat hij verlost zou worden.
De vrouw is dus niet langer de woede/verontwaardiging/het ongenoegen van God,
maar de hulp/helper/assistent van God.
En door de Vrouw, Geliefde van de Heer,
kunnen alle vrouwen discipelen van de Heer worden,
niet alleen in de massa, maar als minor-priesteressen, coadjutoren [hulppriesters] van de priesters,
aan wie ze zoveel hulp kunnen bieden, dichtbij dezen zelf, en dichtbij de gelovigen en niet-gelovigen,
dichtbij hen die niet zozeer tot God gebracht worden door het brullen van het heilige woord,
maar veeleer door de heilige glimlach van een van Mijn vrouwen-discipelen.'
Reacties
Een reactie posten