Endor, waar Felix woont, in smerige armoe
188.2
M. Valtorta:
'Het is een arme plek, zoals Jezus zei.
De huizen liggen op de hellingen, die voorbij het dorp steeds ruiger worden.
Er wonen arme mensen. De meeste dorpelingen moeten er vee hoeden
op de bergweiden en tussen de oude eikenbossen.
Er zijn een paar kleine akkers met gerst, of soortgelijk graan, op geschikte open plekken, en wat appel- en vijgenbomen. Een paar wijnranken omringen de huizen, en vormen een kleine versiering op de muren, donker, alsof dit een nogal vochtige plek is.
"Nu zullen we vragen waar de waarzegster leefde," zegt Jezus.
En hij houdt een vrouw tegen die met amforen van de bron terugkomt.
Ze kijkt hem nieuwsgierig aan en antwoordt dan onbeleefd:
"Ik zou het niet wetem. Ik heb andere dingen te doen dan die nonsens!"
en ze laat Hem in de steek.
Jezus draait zich om naar een oude man, die een stuk hout aan het snijden is.
"De heks?... Saul?... Wie maalt daar nu nog om? Maar wacht...
Er is iemand die gestudeerd heeft, misschien weet hij het wel...
Kom!"
En de oude man sjokt, over een stenen pad,
naar een heel armoedig en vervallen huis.
"Blijf hier. Ik ga naar binnen en roep hem wel."
Petrus wijst naar wat pluimvee
dat rondscharrelt op een vuile binnenplaats en zegt:
"Deze man is geen Israëliet!"
Maar hij zegt al niets meer,
want de oude man komt terug, gevolgd door een andere,
met één oog, vuil en onverzorgd, zoals alles in zijn huis.
De oude man zegt:
"Zie je wel? Deze man zegt dat het daar is, voorbij dat vervallen huis.
Een pad, dan een beek, dan een bos en een paar grotten, de hoogste!
Die met een afbrokkelende muur ernaast, is die die je zoekt.
Was dat niet wat je zei?"
"Nee. Jij hebt alles door elkaar gehaald.
Ik zal met die vreemdelingen meegaan."
De man heeft een schorre, keelklank,
wat het ongemakkelijke gevoel versterkt.'
Reacties
Een reactie posten