"Jongeman, Ik zeg je: sta op!"
189.2
Maria Valtorta:
'Jezus,
in wiens blik een ondraaglijk zoetheid ligt, zo diep is die,
beweegt zich naar de brancard.
De moeder, die nog harder huilt
omdat de lijkstoet zich al naar het geopende graf afwendt,
duwt Jezus gewelddadig opzij wanneer ze Hem naar de kist ziet reiken.
In haar delirium, wie weet wat ze vreest?
Ze schreeuwt: "Hij is van mij!"
en met wilde ogen kijkt ze Jezus aan.
"Ik weet het, Moeder. Hij is van u."
"Hij is mijn enige zoon! Waarom moest de dood hem treffen,
hij die zo goed en lief was, de vreugde van mij, een weduwe? Waarom?"
De menigte wenende vrouwen breidt hun betaalde geween uit
en sluit zich aan bij het moederkoor, dat verdergaat:
"Waarom hij en niet ik? Het is niet juist, dat die die verwekten hun zaad zien vergaan.
Het zaad moet leven, want anders, waarom anders, wat was het nut van deze schoot
die opengereten werd om een mens te baren?"
en ze slaat zichzelf op haar buik,
woest en wanhopig.
"Doe dit niet! Huil niet, moeder."
Jezus pakt haar handen stevig vast en drukt ze in Zijn linkerhand,
terwijl Hij met zijn rechterhand de kist aanraakt en tegen de dragers zegt:
"Stop! En zet de draagberrie op de grond."
De dragers gehoorzamen en laten de draagberrie zakken,
die nog steeds op zijn vier poten op de grond staat.
Jezus grijpt het laken dat de dode bedekt
en gooit het naar achter, waardoor het lichaam zichtbaar wordt.
De moeder schreeuwt het uit van de pijn, en roept de naam van haar zoon,
ik meen: "Daniël!"
Jezus, nog steeds de handen van de moeder in de Zijne houdend,
richt zich op, imposant in Zijn stralende blik, met Zijn Gelaat vol wondermacht,
Hij laat Zijn rechterhand zakken en beveelt met alle kracht van Zijn stem:
"Jongeman! Ik zeg je: sta op!"'
Reacties
Een reactie posten