Posts

Er worden posts getoond met het label ogen

man is bezeten van Beëlzebub - wil niet terug naar hel

Afbeelding
-Genezing van gek (G. Doré)- 420.5 Maria Valtorta: 'Na Zijn bevel om te zwijgen,  heeft Jezus Zelf niet meer gesproken.  Hij staart alleen maar naar de bezeten man.  Maar nu stopt Jezus en heft Zijn armen op,  strekt ze uit naar de bezeten man; staat op het punt te spreken. De kreten worden werkelijk hels.  De bezeten man kronkelt, springt van links naar rechts en omhoog.  Hij lijkt te willen vluchten of zich te willen losrukken, maar hij kan niet.  Hij zit vastgenageld en zodra hij zich niet meer kan bewegen, is verdere beweging onmogelijk. -Genezing bezetene (Doré)- Wanneer Jezus Zijn armen uitstrekt,  met uitgestrekte handen alsof Hij vervloekt,  schreeuwt de bezeten man harder en begint, na al dat vloeken, lachen en lasteren, te huilen en te smeken. "Naar de hel, nee! Nee, naar de hel! Stuur me daar niet heen!  Mijn leven is ook hier, in deze mensengevangenis, al verschrikkelijk,  want ik wil de wereld rondzwerven en Jouw scheps...

bezetene wéét Wie Jezus is, kijkt uit naar Zijn dood - maar beseft dat hij verslagen wordt

Afbeelding
-Jezus geneest bezetene (Salvator Rosa)- 420.4 Maria Valtorta: 'Jezus kijkt hem aan en loopt verder. De waanzinnige rolt over de grond, bijt zichzelf, schuimt nog meer,  slaat zichzelf met zijn vuursteen, staat weer op,  wijst met zijn wijsvinger naar Jezus,  die hij wild aanstaart, en zegt: "Luister allemaal! Luister! Deze die komt, is..." "Zwijg, jij demon van een mens! Ik gebied jou!" "Nee! Nee! Nee! Ik zal niet zwijgen, neen, ik zal niet zwijgen!  Wat staat er, tussen ons en Jou? Waarom schenk Jij ons het goede niet?  Was het niet genoeg dat Je ons naar het koninkrijk der hel hebt verbannen?  Is het niet genoeg dat Je komt, dat Je bent gekomen om ons de mensheid af te pakken? Waarom drijft Jij ons terug daarheen? Laat ons tussen onze prooi leven!  Jij, groot en machtig, ga voorbij en win maar, als Je kunt.  Maar laat ons genieten en kwaad lijden.  Dat is wat we zijn. O! kwaad... Nee! Ik kan het niet zeggen! Laat me het niet zeggen!  ...

Salome verschijnt ten tonele - wordt deur gewezen

Afbeelding
-Salome met hoofd Johannes de Doper (Lovis Corinth)- -Florentina Holzinger- 370.23 Maria Valtorta: 'Maar vanaf de binnentrap springt een slank, gesluierd meisje op het terras. Ze rent lichtvoetig als een vlinder naar Jezus, en werpt daar haar sluier en mantel af, valt aan Zijn voeten, en probeert die te kussen. " Salome !" roept Chusas, en anderen met hem. Jezus is zo heftig achteruit gedeinsd, om contact te mijden, dat Zijn stoel omvalt, en daar maakt Hij gebruik van om die tussen Zichzelf en Salome te plaatsen, als een scheiding. Zijn ogen zijn zo fosforescerend! Zo angstaanjagend! Salome, lichtzinnig en stout, vol overredingskracht, zegt: "Ja, ik ben het. Die toejuichingen hebben het paleis bereikt! Herodes stuurt een gezant, om U te vertellen dat Hij U wil zien. Maar ik ben hem al voor geweest. Kom met mij mee, Heer! Ik heb U zo lief en verlang zo naar U! Ook ik ben een lid van Israël." "Ga naar huis!" "Het hof wacht op U, om U eer te bewijzen...

grootste zonde: wanhopen aan Gods barmhartigheid

Afbeelding
340.3 Maria Valtorta: "En... luister, Meester... wat als iemand de leiding van de engelen terug wil? Is berouw genoeg, of blijft het gif van de zonde bestaan, zelfs nadat iemand berouw heeft getoond en vergeven is?... Weet je? Iemand die zich bijvoorbeeld aan de wijn heeft overgegeven, zelfs als hij zweert nooit meer dronken te worden en dat met een oprechte wil belooft, voelt toch de drang om te drinken. En hij lijdt..." "Natuurlijk. Hij lijdt. Daarom moet men nooit een slaaf worden van het kwaad. Maar lijden is geen zonde. Het is verzoening. Net zoals een berouwvolle dronkaard niet zondigt, maar verdienste verwerft als hij heldhaftig de drang weerstaat, en geen wijn meer drinkt, zo verwerft ook iemand die gezondigd heeft, en die berouw toont en elke drang weerstaat, verdienste, en ontbreekt het hem niet aan bovennatuurlijke hulp bij deze weerstand. Verleid worden is geen zonde. Sterker nog, het is een strijd, die tot overwinning leidt. En geloof Mij, in God is er alle...

bij Sepphoris, hereniging met Thomas en Iskariot

Afbeelding
CCCXXXIV THOMAS EN JUDAS ISKARIOT  SLUITEN ZICH OOK WEER AAN BIJ DE APOSTOLISCHE GROEP 334.5 Maria Valtorta: '"O jee! Wat moet Simon van Jona nu doen? Hij rent vooruit en schreeuwt als een zaagbek op een stormdag?" vraagt ​​Jakobus van Zebedeüs, wijzend naar Petrus, die Jezus alleen heeft gelaten en wegrent, woorden roepend die door de wind niet te horen zijn. Ze versnellen hun pas, en zien dat Petrus een smal pad heeft genomen dat vanuit het nu nabij gelegen Sepphoris   [vlakbij Nazareth] komt (aldus de discipelen, die zich afvragen of hij op bevel van Jezus en via die kortere weg naar Sepphoris gaat...). Maar als ze goed kijken, zien ze dat de enige twee reizigers die vanuit de stad naar de hoofdweg komen, Thomas en Judas zijn. "Kijk toch! Hier? Net hier? O! Wat doen die hier? Vanuit Nazareth hadden ze toch zeker naar Kana en dan naar Tiberias moeten gaan..." vragen velen zich af. "Misschien zochten ze discipelen. Dat was hun missie..." zegt de Zel...

Jezus lijkt op straffende aartsengel

Afbeelding
-Straffende aartsengel (Doré)- (Franz Stuck) 313.10 Maria Valtorta: 'Jezus ziet eruit als een straffende aartsengel. Ik zou zeggen dat Hij fel afsteekt tegen de rokerige muur, zo helder zijn Zijn ogen... Zelfs Zijn stem lijkt te stralen, de hoge tonen van brons en zilver klinken heftig. De acht apostelen zijn bleek geworden en lijken bijna klein van angst. Jezus kijkt hen aan... met medelijden en liefde. Hij zegt: "Ik spreek niet tot jullie, Mijn vrienden. Deze dreigementen zijn niet voor jullie bedoeld. Jullie zijn Mijn apostelen en Ik heb jullie uitgekozen." Zijn stem is zacht en diep geworden. Hij besluit: "Laten we naar hen gaan. Laten we de twee vervolgden [Johannes & Syntyche] duidelijk maken – en ik herinner jullie eraan dat zij denken dat ze weggaan om Mijn weg naar Antiochië voor te bereiden – dat we hen meer liefhebben dan onszelf. Kom..."' 29 okt.1945

eerste broodvermenigvuldiging 2

Afbeelding
273.2 M. Valtorta: 'Andreas loopt snel. En ook Johannes en Filippus gaan op zoek naar Margziam, in de steeds wisselende menigte. Ze vinden hem haast allen tegelijk, met de voedselzak over zijn schouder, een grote clematistak om zijn hoofd gewikkeld, en een clematisgordel waaraan een knop hangt als van een zwaard: het gevest de aar van een lisdodde, en het lemmet de rietvormige steel. Bij hem zijn zeven anderen, eveneens versierd, en ze vormen een processie rond de zoon van de schriftgeleerde, een tenger jongetje, met de ernstige blik van iemand die veel heeft geleden, dat, meer nog met bloemen getooid dan de anderen, zich als een echte koning gedraagt. "Komen, Margziam. De Meester vraagt naar je!" Margziam laat zijn vriendjes in de steek en loopt snel weg, zonder zelfs zijn... bloemenregalia af te leggen. Maar de anderen volgen, en al snel is Jezus omringd door een kleine kring van kinderen met bloemenkransen. Hij liefkoost ze, terwijl Filippus uit de tas een bundel haalt...

niet Zoon, maar Vader straft - wie koppig doorgaat in liefdeloos zijn (na vele kansen)

Afbeelding
-einde Saddam Hussein- 261.2 M. Valtorta: '"Ik weet dat hier de legende rondgaat —en dat Ik daardoor door sommigen word gehaat, door anderen met angstige harten aangekeken, of om een nieuwe straf aangeroepen, of uit angst voor straf verdragen— ...Ik weet dat hier de legende rondgaat dat het Mijn Blik was die deze velden vervloekte. Niet Mijn Blik, maar de gestrafte zelfzucht van een onrechtvaardige en wrede man. Als Mijn Blik de velden zou verbranden van al diegenen die Mij haten, voorwaar, wat zou er dan nog aan groen overblijven in Palestina! -vreugde om oppakken Nicolás Maduro- Ik wreek nooit de overtredingen tegen Mijzelf, maar... Ik lever hén over aan de Vader, die hardnekkig volharden in hun zonde van zelfzucht jegens anderen, en die heiligschennend het Gebod bespotten, en die, naarmate ze meer woorden ontvangen -  en met de woorden ook de daden - om hen te overtuigen zich tot liefde te bekeren, des te  wreder worden. Ik sta altijd klaar om Mijn hand op te heffen om tege...

onschuldige 'dader' het huis uit gesleurd - zijn moeder in shock

Afbeelding
-Caïn op weg voor het doden van Abel (James Tissot)- 248.7 Maria Valtorta: 'Ze slaan rechtsaf, dan linksaf, richting het centrum van het dorp. De rumoerige menigte is al te zien, hoofdschuddend en zich verdringend bij Abels huis. En de doordringende kreten van een vrouw - onmenselijk, woest en tegelijkertijd zielig - zijn hoorbaar tot deze plek. Jezus versnelt zijn pas, en bereikt een klein pleintje —een bocht in de weg is het, die hier breder wordt, meer dan een pleintje— waar de chaos op zijn hoogtepunt is. De vrouw vecht nog steeds met de secorte voor haar zoon, zich vastklampend met één hand, die een ijzeren klauw is geworden, aan wat overblijft van de gebroken deur, en met de andere hand vastgebonden, aan de riem van haar zoon. En als iemand haar probeert los te trekken, bijt ze woest terug, zonder zich iets aan te trekken van de klappen die ze krijgt, of van het getrek aan haar haar, op zo'n woeste manier, dat haar hoofd wreed naar achteren wordt gerukt. En als ze niet bi...

net voor zondaars ben Ik gekomen !

Afbeelding
-De vondst van Mozes (Sir Lawrence Alma-Tadema)- 242.4 M. Valtorta: 'Maar de man die Crispus heet, trekt zich er niets van aan dat hij bespot wordt en loopt achter Maria Magdalena aan, die de Meester inhaalt, die al plaats heeft genomen in de schaduw van een prachtig gebouw dat zich, in de vorm van een exedra , uitstrekt over twee zijden van een plein. Jezus zet er zich uiteen met een schriftgeleerde die Hem verwijt dat Hij in Tiberias is, en in zulk gezelschap. "En waarom bent u er dan? Want u bent ook in Tiberias... Maar Ik zeg u, dat zelfs in Tiberias, ja, hier méér dan waar ook, er zielen zijn die gered moeten worden!" antwoordt Jezus. "Die zijn niet te redden: het zijn heidenen, ongelovigen, zondaars." "Ik ben gekómen voor de zondaars. Om de échte God bekend te maken. Aan iedereen. Ook voor ú ben Ik gekomen." (Sir Lawrence Alma-Tadema) "Ik heb geen leraren of verlossers nodig. Ik ben zuiver, en geleerd." "Was u maar zo geleerd dat u...

symposion bij Simon de farizeeer 4

Afbeelding
-Laatste Avondmaal (Gemäldegalerie)- 236.5 M. Valtorta: 'Jezus zegt nu tegen mij: "Wat de Farizeeër en zijn metgezellen het hoofd deed buigen - en wat niet in het Evangelie staat - zijn de woorden die Mijn geest, door Mijn blik, als een bliksem in die dorre en begerige ziel heeft doen inslaan. Ik antwoordde veel meer dan wat er staat, want niets van de gedachten van die mannen was voor Mij verborgen. En hij begreep Mij in Mijn stille taal, die nog verwijtender was dan Mijn woorden. Ik zei hem: 'Nee. Maak geen gemene insinuaties om je voor jezelf te rechtvaardigen. Ik heb jouw wellust niet. Zij komt níet naar Mij uit zinnelijke aantrekkingskracht. Ik ben niet zoals jij, en zoals je gelijken zijn. Zij komt naar Mij, omdat Mijn blik en Mijn woorden, gehoord door louter toeval, haar ziel hebben verlicht, waarin lust duisternis had geschapen. En zij komt omdat zij de sensualiteit wil overwinnen, en  begrijpt, arm schepsel, dat ze daar alleen nooit in zal slagen. Zij houdt van ...

symposion bij Simon de farizeeër 3

Afbeelding
236.3-4 M. Valtorta: 'Jezus draait Zijn hoofd langzaam om, een klein beetje maar, en Zijn diepblauwe ogen rusten even op het neergebogen hoofd. Een blik van vergeving. Dan kijkt Hij terug naar het midden. En laat haar vrij om haar uitbarsting te uiten. Maar de anderen doen dat niet. Ze maken grapjes, knipogen, grijnzen. En de farizeeër gaat even rechtop zitten om beter te kijken, en zijn blik bevindt zich ergens tussen begeerte, boosheid en bespotting in. Begeerte naar de vrouw. Dat gevoel is duidelijk. Boosheid dat ze zo vrijelijk is binnengekomen, wat anderen zou kunnen doen denken dat die vrouw... een frequente gaste is in zijn huis. Spot naar Jezus toe... Maar de vrouw merkt niets. Ze blijft bitter huilen, zonder te schreeuwen. Alleen dikke tranen, en af ​​en toe een snikken. Dan... knipt ze haar haar bij, haalt de gouden haarspelden eruit, die haar ingewikkelde kapsel vasthielden, en plaatst die naast de ringen en de haarspeld. De gouden strengen ontrollen zich van haar sc...

"Jongeman, Ik zeg je: sta op!"

Afbeelding
(Wilhelm Kotarbinsky) 189.2 Maria Valtorta: 'Jezus, in wiens blik een ondraaglijk zoetheid ligt, zo diep is die, beweegt zich naar de brancard. De moeder, die nog harder huilt omdat de lijkstoet zich al naar het geopende graf afwendt, duwt Jezus gewelddadig opzij wanneer ze Hem naar de kist ziet reiken. In haar delirium, wie weet wat ze vreest? Ze schreeuwt: "Hij is van mij!" en met wilde ogen kijkt ze Jezus aan. "Ik weet het, Moeder. Hij is van u." "Hij is mijn enige zoon! Waarom moest de dood hem treffen, hij die zo goed en lief was, de vreugde van mij, een weduwe? Waarom?" De menigte wenende vrouwen breidt hun betaalde geween uit en sluit zich aan bij het moederkoor, dat verdergaat: "Waarom hij en niet ik? Het is niet juist, dat die die verwekten hun zaad zien vergaan. Het zaad moet leven, want anders, waarom anders, wat was het nut van deze schoot die opengereten werd om een mens te baren?" en ze slaat zichzelf op haar buik, woest en wan...

de bezetenen van Gergesa 4

Afbeelding
(J. Tissot) 186.5 Maria Valtorta: '"Maar wat is dit voor een herrie?" Ze gaan allemaal van de berghelling af, want stenen en aarde rollen en stuiteren de helling af, en ze kijken verbaasd om zich heen. "Kijk, kijk! Daar zijn ze! Twee... helemaal naakt... komen naar ons toe en gebaren. Gekken!" "O, bezetenen!" antwoordt Jezus Iskariot, die als eerste de twee bezetenen naar Jezus toe zag komen. Ze moeten uit een grot in de berg zijn gekomen. Ze schreeuwen. En één, de snelste in de race, rent op Jezus af. Hij ziet eruit als een vreemde vogel die van zijn veren is ontdaan, zo snel gaat hij, en zo hard roeit hij met zijn armen, alsof het vleugels zijn. Hij valt aan Jezus' voeten neer en roept: "Bent Ú hier, Meester van de wereld? Wat heb ik met U van doen, Jezus, Zoon van God, de Allerhoogste? Is het uur van onze straf al gekomen? Waarom bent U, vóór de tijd, gekomen om ons te kwellen?" De andere bezetene, hetzij omdat zijn spraak gebonden was...

met Jezus' naam genezen van zwakzinnigheid

Afbeelding
122.7 Maria Valtorta: 'Jezus weigert het wonder aan niemand. Prachtig is dat van een zwakzinnige jongeman, die Hij met Zijn adem intelligentie inblies, terwijl Hij diens grote hoofd tussen Zijn lange handen hield. Iedereen drong naarbinnen om het zien. Zelfs de gesluierde vrouw, misschien omdat er veel mensen zijn, durfde wat dichterbij te komen, en ging naast de huilende vrouw staan. Jezus zegt tegen de jongeman: "Ik wil dat het licht van het intellect in jou nu de weg baant voor het Licht van God. Luister, en zeg met Mij: 'Jezus'... Zeg het. Ik wil het." De debiele jongen, voorheen alleen maar kreunend als een dier, stamelt moeizaam: "Jezus", of liever gezegd: "Jejus". "Nogmaals!" beveelt Jezus, terwijl Hij het misvormde hoofd nog steeds in Zijn handen houdt en Hem met Zijn Blik domineert. "Jez-zus." "Nog een keer!" "Jezus!" zegt de jongen uiteindelijk. En zijn blik is niet langer zo uitdrukkingsloos, z...

Doras, pronkerig-elitair, wil Jezus farizeeër maken

Afbeelding
109.9 Maria Valtorta: 'Nu ziet men het huis van de Farizeeër. Breed, laag, maar goed gebouwd, midden in een nu kale boomgaard. Een landhuis, maar dan luxueus en comfortabel. Petrus en Simon gaan voorop om Jezus aan te kondigen. Doras komt naar buiten. Een oude man, met het harde profiel van een oude roofvogel. Spottende ogen, een slangenmond die kronkelt in een valse glimlach tussen zijn baard die meer wit dan zwart is. "Heil met U, Jezus!" begroet hij Hem familiair, en met duidelijke neerbuigendheid. Jezus zegt niet: "Vrede". Hij antwoordt: "Moge uw groet naar u terugkeren." "Kom binnen! Het huis heet U welkom. U was punctueel als een koning." "Als een eerlijk man," kaatst Jezus terug. Doras lacht als om een grapje. Jezus draait zich om, en zegt tegen de ongenode discipelen: "Kom binnen... Zij zijn mijn vrienden." "Laat ze binnenkomen... maar... is dat niet de tollenaar, de zoon van Alfeüs?" "Dat is Matteüs...

Nazareth uitgejaagd, magnetische blik

Afbeelding
-Jezus uit Nazareth verjaagd (Paul Oman)- (A. Bida) 106.4 Maria Valtorta: 'De menigte komt in rep en roer, en vervloekt, en probeert de hand te slaan aan Jezus. Maar de 'apostelen-neven' – Judas, Jakobus en Simon – verdedigen Hem, daarna echter jagen de woedende Nazareners Jezus de stad uit. Ze achtervolgen Hem met bedreigingen, niet alleen verbaal, tot aan de rand van de berg. (James Tissot) Maar Jezus draait zich om, legt hen lam met zijn magnetische blik en loopt ongedeerd tussen hen door, waarna hij via een pad op de berg verdwijnt.' 13 feb.1944

mening van Maria over de apostelen

Afbeelding
101.2 Maria Valtorta: 'Dan vraagt Hij haar, zonder overgang: "Mama, heb je de discipelen gezien? Wat denk jij?" Maria, die op het punt staat de derde vijg naar haar mond te brengen, heft haar hoofd op, houdt het gebaar in, schrikt op en kijkt naar Jezus. "Wat denk jij ervan, nu ik ze jou allemaal heb laten zien?" vraagt ​​Jezus. "Ik denk dat ze van Je houden, en dat Je er veel uit zult halen. Johannes... heb hem lief, Johannes, zoals jij weet lief te hebben. Hij is een engel. Ik ben in vrede als ik denk dat hij bij Jou is. Petrus ook... is goed. Wat resistenter, omdat hij ouder is, maar oprecht en overtuigd. En zijn broer. Ze houden van je, zo goed als ze kunnen, voor nu. Later zullen ze meer van je houden. Zelfs onze neven zullen, nu ze zichzelf ervan overtuigd hebben, trouw aan je blijven. Maar de man uit Keriot... ik mag hem niet, zoon! Zijn ogen zijn niet helder en zijn hart nog minder. Hij maakt me bang!" "Bij jou is het een en al respect....

kuis zijn: vruchtbaar voor God

Afbeelding
96.6 Maria Valtorta: '"Bereid jullie in de tussentijd hierop voor met een zuiver hart en zuivere intenties. Hoe zuiverder je bent, hoe meer je zult begrijpen. Want onzuiverheid, welke ze ook is, is altijd rook die het zicht en het intellect vertroebelt en belast. Wees zuiver. Begin met het lichaam om over te gaan tot de geest. Begin met de vijf zintuigen om verder te gaan met de zeven passies. Begin met het oog, de koning onder de zintuigen, die de weg opent naar de meest bijtende en complexe van alle hongers. Het oog ziet het vlees van de vrouw en verlangt naar haar. Het oog ziet de rijkdom van de rijken en verlangt naar goud. Het oog ziet de macht van heersers en verlangt naar macht. Heb een kalme, eerlijke, gematigde, zuivere blik, en je zult kalme, eerlijke, gematigde en zuivere verlangens hebben. Hoe zuiverder jullie oog, hoe zuiverder je hart. Wees waakzaam met je ogen, enthousiaste ontdekkers van verleidelijke appels. Wees kuis in je blik, als je kuis wilt zijn in je li...