Jezus licht Andreas over Aglaë in
200.6
Maria Valtorta:
'Er verstrijkt wat tijd,
dan worden de stemmen van de terugkerende apostelen gehoord...
Andreas komt aanrennen: "Meester, vroeg Jij naar mij?"
"Ja, kom hier. Niemand zal het weten, maar het is goed om het tegen jou te zeggen.
Andreas, dankjewel namens God en namens een ziel."
"Dankjewel? Waarvoor?"
"Ruik je dat parfum niet? Dat is de herinnering aan de Gesluierde.
Ze is gekomen! Ze is gered!"
Andreas wordt zo rood als een aardbei,
zakt op zijn knieën en is sprakeloos...
Eindelijk zegt hij: "Nu ben ik gelukkig. Gezegend zij de Heer!"
"Jazeker. Sta op. Vertel de anderen niet dat ze gekomen is."
"Ik zal zwijgen, Heer."
"Ga nu maar.
Luister, is Judas van Simon er nog?"
"Ja, hij wilde met ons mee...
en vertelde... zoveel leugens.
Waarom doet hij dit, Heer?"
"Omdat hij een bedorven jongen is.
Vertel me de waarheid: hebben jullie ruzie gehad?"
"Nee. Mijn broer is veel te blij met zijn kind om dat te willen doen,
en de anderen... je weet wel... zijn voorzichtiger.
Natuurlijk, diep in ons hart walgen we allemaal van hem.
Maar na het eten gaat hij weer terug... 'Andere vrienden'... zegt hij.
Oh! En hij veracht prostituees!..."
"Wees aardig, Andreas. Ook jij moet vanavond gelukkig zijn..."
"Ja, Meester. Ook ik heb mijn onzichtbare, maar zoete vaderschap.
Ik ga!"'
Reacties
Een reactie posten