Maria heeft een afkeer van Judas
199.7
Maria Valtorta:
'En 's avonds bevinden we ons weer in het kleine huisje in Bethanië.
Velen zijn al moe en hebben zich teruggetrokken.
Maar Petrus loopt heen en weer over het pad,
en kijkt vaak omhoog naar het terras waar Jezus en Maria in gesprek zitten.
Johannes van Endor spreekt daarentegen met de Zeloot,
zittend onder een granaatappelboom, in volle bloei.
Maria heeft al lang gesproken, want ik hoor Jezus zeggen:
"Alles wat je Mij hebt verteld, is zeer terecht, en Ik zal de juistheid ervan in gedachten houden.
En ook wat Anna-Lea betreft, zeg Ik dat jouw advies correct is.
Dat de man het zo gretig heeft aanvaard, is een goed teken.
Waarlijk, het hoge Jeruzalem is vol saaiheid en wrok,
Ik zou zelfs kunnen zeggen vuiligheid/smerigheid.
Maar onder de nederige mensen... zijn er parels van ongekende waarde!
Ik ben blij dat Anna-Lea gelukkig is. Zij is meer een hemels dan een aards wezen,
en misschien voelt de man, nu hij het concept van de geest heeft begrepen, dat aan
en heeft hij een haast eerbiedig respect jegens haar.
Zijn gedachte om ergens anders heen te gaan,
om de oprechte belofte van zijn vriendin niet te verstoren met een menselijke hartslag,
bewijst dit.
"Ja, mijn Zoon.
De mens ruikt de geur van maagden...
Ik herinner me Jozef.
Ik wist niet welke woorden ik moest gebruiken.
Hij kende mijn geheim niet...
Toch hielp hij me om het te vertellen, met de pereceptie van een heilige.
Hij had de geur van mijn ziel geroken...
Zie je ook Johannes?... Wat een vrede!...
En iedereen zoekt hem... Zelfs Judas van Kerioth, hoewel...
Nee, Zoon. Judas is niet veranderd. Ik weet het en Jij weet het.
We spreken niet, omdat we de oorlog niet willen beginnen.
Maar zelfs als we niet spreken, weten we...
en zelfs als we niet spreken, voelen anderen...
O! mijn Jezus!
De jongeren vertelden me vandaag, in Getsemane, de episode van Magdala
en die van zaterdagochtend...
Onschuld spreekt...
omdat ze ziet met de ogen van hun engel.
Maar zelfs de oude mensen zien... Ze hebben geen ongelijk.
Hij is een ongrijpbaar wezen... Alles aan hem is ongrijpbaar...
en ik ben bang voor hem en ik heb op mijn lippen dezelfde woorden
als Benjamin in Magdala en Margziam in Getsemane,
want ik heb dezelfde afkeer van Judas als de kinderen."
"Niet iedereen kan Johannes zijn!..."
"Maar dat beweer ik ook niet! Dan zou de aarde een paradijs zijn!
Maar, weet je, je vertelde me over die andere Johannes... een man die doodde...
maar hij vervult me alleen maar met medelijden.
Judas maakt me bang!"
"Heb hem lief, Moeder! Heb hem lief, door/uit/wegens Mijn Liefde!"
"Ja, Zoon. Maar zelfs mijn liefde zal niet helpen.
Dat zal mij alleen maar lijden bezorgen en hem schuld.
O! Waarom is hij binnengekomen? Hij maakt iedereen boos,
hij beledigt Petrus, die alle respect verdient."'
Reacties
Een reactie posten