in Magdalgad - Jezus stopt processie (die heks óf zondebok wil doden)
220.3
M. Valtorta:
'Jezus houdt iemand van de laatste groep tegen en vraagt zacht:
"Wat is er aan de hand? Ik ben een vreemde hier..."
De man, die even gestopt is om de bok te slaan, hars op de sintels te gooien en op adem te komen, legt uit: "De vrouw van Fara, de grote man van Magdalgad, ligt op sterven in het kraambed. Iemand die haar haat, heeft een vloek uitgesproken. Haar ingewanden zijn in de knoop, en het kind kan niet geboren worden. Wij zoeken de toverheks om haar te doden. Alleen op deze manier zal Fara's vrouw gered worden. En als we de heks niet vinden, zullen we de bok offeren, om de hoogste barmhartigheid af te smeken van de godin Matrix."
(Het is duidelijk dat dat bekladde poppenbeeld een godin is...)
"Stop. Ik kan die vrouw genezen en haar zoon redden. Vertel het de priester!"
zegt Jezus tegen de man en twee anderen die dichterbij zijn gekomen.
"Bent u een dokter?"
"Meer zelfs."
De drie mannen banen zich een weg door de menigte en naderen de afgodische priester. Ze spreken hem aan. Het nieuws verspreidt zich. De processie, die haar mars had hervat, stopt.
De priester, imposant gekleed in zijn veelkleurige lappen stof, gebaart naar Jezus en beveelt: "Jongeman, kom hier!" En als Hij dichtbij is: "Is wat u zegt waar? Pas op, als wat u zegt niet gebeurt, denken we dat de geest van de tovenares u heeft geïncarneerd, en dan doden we u in haar plaats!"
"Het is waar. Breng me onmiddellijk naar de vrouw, en geef me intussen de geit. Ik heb hem nodig. Maak zijn blinddoek los en breng hem hier!"
Dat doen ze. Het arme beest, verdoofd, wankelend en bloedend, wordt naar Jezus gebracht, die zijn dikke zwarte vacht streelt.
"Maar nu is het nodig Mij zonder uitzondering te gehoorzamen. Doen jullie dat?"
"Ja!" roept de menigte.
"Laten we gaan. Stop met schreeuwen, stop met het verbranden van hars.
Ik beveel het!"'
Reacties
Een reactie posten