Jezus corrigeert ballorige Alexander, die wel zeer creatief is
218.7
Maria Valtorta:
'Ze ontmoeten een mager meisje dat huilt.
"Dat is Dina. Ze is arm, weet U? Mijn moeder geeft haar te eten. Haar eigen moeder kan geen geld meer verdienen. Haar vader is al gestorven, op zee. Er stak een storm op, terwijl hij van Gaza naar de haven van de Grote Rivier voer om goederen af te leveren en op te halen. En aangezien de goederen van mijn vader waren, en Dina's vader een van onze schippers was, zorgt mijn moeder nu voor hen. Maar velen blijven zo achter, zonder vader... Wat vindt U ervan? Het moet verschrikkelijk zijn om wees te zijn en arm.
Hier is mijn huis! Niet zeggen dat ik op straat was. Ik had op school moeten zitten. Maar ik werd weggestuurd omdat ik mijn klasgenoten aan het lachen maakte met dit hier..."
En hij haalt van onder zijn gewaad een houten pop tevoorschijn, gesneden uit een dunne houten lat, heel komisch inderdaad, compleet met een zeer karikaturale baard en neus.
Jezus heeft een trillende glimlach onder zijn lippen zitten, maar Hij houdt zich in en zegt: "Dat is toch niet de leraar, wel? En geen familie. Dat is niet goed."
"Nee, het is de Joodse synagoge-overste. Hij is oud en lelijk, en we lachen hem altijd uit."
"Ook dat is niet goed. Hij is beslist veel ouder dan jij en..."
"O! Hij is een grote ouderling, half gebocheld en bijna blind, maar hij is zo lelijk!... Het is niet mijn schuld dat hij zo lelijk is!"
"Nee. Maar je hebt wel schuld aan het belachelijk maken van een oude man. Jij zult ook, als je oud bent, lelijk zijn omdat je dan gebogen loopt, je haar dunner wordt, je halfblind bent, je met een wandelstok loopt, en je gezicht er zo uitziet. Nou en? Zul je het dan leuk vinden om uitgelachen te worden door een respectloos kind? En waarom zou je je leraar boos maken, en je klasgenoten lastigvallen? Het is niet goed. Je vader zou je straffen als hij het wist, en je moeder zou ontsteld zijn.
Ik zal ze niets vertellen. Maar je geeft me meteen twee dingen: een belofte om dit niet meer te doen, en je geeft me die harlekijn. Wie heeft die gemaakt?"
"Ik, Heer..." zegt het kind, beschaamd, zich nu bewust van de ernst van zijn... wandaden...
En hij voegt eraan toe: "Ik werk heel graag met hout! Soms maak ik de bloemen op de tapijten na, of de beesten die daarop zijn. Weet je wel?... Draken, sfinxen en andere beesten..."
"Dat mag je wel maken! Er is zoveel moois op aarde! Dus beloof je het, en geef je Me deze pop? Zoniet, dan zijn we geen vrienden meer. Ik bewaar hem als herinnering aan jou en zal voor je bidden. Hoe heet jij?"
"Alexander. En wat geeft U mij?"
Jezus is gegeneerd. Hij heeft altijd zo weinig bij zich! Maar dan herinnert Hij zich dat Hij een prachtige gesp aan de hals van een gewaad heeft. Hij zoekt in zijn tas, vindt hem, maakt hem los en geeft hem aan het kind.
"En nu gaan we. Maar opgelet, zelfs als Ik wegga, weet ik nog steeds alles. En als ik merk dat jij stout bent, kom ik terug en vertel ik alles aan je moeder."
De deal is rond.'
Reacties
Een reactie posten