parabel van de misvormde zoon
221.7
Maria Valtorta:
'"Luister naar een gelijkenis!
Een man trouwde en kreeg veel kinderen bij zijn vrouw. Maar een van hen werd geboren met een misvormd lichaam, en ogenschijnlijk was hij van een ander ras. De man beschouwde het als een schande en hield niet van hem, hoe onschuldig het kind ook was. De jongen groeide verwaarloosd, op, onder de laagste bedienden, en was daardoor ook in het denken minderwaardig aan zijn broers.
Zijn moeder, die stierf bij zijn geboorte, kon de hardvochtigheid van zijn vader niet temperen, de spot van zijn broers niet voorkomen, of de onjuiste ideeën die voortkwamen uit het wilde [ongeschoolde] denken van het kind niet corrigeren. Een klein wild beestje was hij, slecht verdragen in het huis van de zonen van zijn vaders hart.
Zo werd de jongen een man. En zijn verstand, dat zich laat ontwikkelde maar uiteindelijk volwassen werd, begreep dat het leven in stallen, het ontvangen van een korst brood en een lap kleding, en nooit eens een kus, nooit een woord, nooit een uitnodiging om het ouderlijk huis binnen te treden, geen zoon-zijn betekende.
En hij leed, hij leed, kreunend in zijn hol: 'Vader! Vader!'... Hij beet in zijn brood, maar de grote honger in zijn hart bleef. Hij bedekte zich met zijn mantel, maar de grote kou in zijn hart bleef. Hij had vrienden onder de dieren, hij had een paar meelevende mensen uit het dorp. Maar hij was eenzaam, in zijn hart. 'Vader! Vader!'... hoorden ze hem kreunen, zijn dienaren, zijn broers, zijn medeburgers, altijd zo, als een gek. En hij werd 'de gek' genoemd.
Eindelijk durfde een dienaar naar hem toe te gaan, die bijna veranderd was in een wild beest, en die dienaar zei: 'Waarom werp je je niet voor de voeten van je vader?'
-'Ik zou het wel willen, maar ik durf niet...'
-'Waarom ga je niet naar binnen?'
-'Ik ben bang.'
-'Maar zou je dat wel willen?'
-'O! Ja! Want daarom heb ik honger, daarom heb ik het koud, en voel ik me alleen, alsof ik in een woestijn ben. Maar ik weet niet hoe je moet leven in het huis van mijn vader.'
De goede dienaar begon hem toen te instrueren, hem mooier te maken, zijn angst weg te nemen om door zijn vader gehaat te worden, door tegen hem te zeggen:
'Je vader zou je wel willen, maar hij weet niet of je wel van hem houdt. Je ontloopt hem altijd... Neem van je vader de spijt weg dat hij te hard heeft gehandeld, en de pijn van het besef dat je een zwerver bent. Kom. Zelfs je broers willen je niet langer bespotten, want ik heb hun over jouw pijn verteld!'
En op een avond ging de arme zoon, geleid door de goede dienaar, naar de deur van zijn vader en riep: 'Vader, ik hou van je! Laat me binnen!'
De vader, die oud en verdrietig was, en aan zijn verleden en zijn eeuwige toekomst dacht, schrok van die stem en zei: 'Mijn pijn is eindelijk verzacht! Want in de stem van de misvormde heb ik de mijne gehoord, en zijn liefde bewijst dat hij bloed van mijn bloed en vlees van mijn vlees is. Laat hem komen en zijn plaats innemen onder zijn broers! En gezegend zij de goede dienaar die mijn gezin weer compleet heeft gemaakt, door de verstoten zoon te plaatsen tussen alle zonen van de vader."'
Reacties
Een reactie posten