courtisanes in de haven van Tiberias
CCXLII
IN TIBERIAS MET MARIA MAGDALENA
-DE ROMEIN CRISPUS, EN DE ZOEKTOCHT NAAR WAARHEID-
242.1
Maria Valtorta:
'Wanneer de boot aanlegt in de kleine haven van Tiberias,
snellen enkele leeglopers die bij de pier slenterden toe,
om te zien wie er aankwam.
Er zijn mensen van alle standen en nationaliteiten.
Zo vermengen zich de lange Joodse gewaden in alle kleuren,
de haarlokken en imposante baarden van de Israëlieten,
met de kortere, mouwloze witte wollen gewaden,
en gladde, kortharige gezichten van de robuuste Romeinen,
en de nog kortere kleren die de slanke, verwijfde lichamen van de Grieken bedekken,
die de kunst van hun verre natie lijken te hebben overgenomen, zelfs in hun poses,
als godenbeelden die op aarde zijn neergedaald in de lichamen van mannen,
gehuld in zachte tunieken, met klassieke gelaatstrekken,
onder gekruld, geparfumeerd haar,
armen beladen met armbanden,
die glinsteren in hun bestudeerde bewegingen.
Veel vrouwen van plezier vermengen zich met deze laatste twee soorten,
omdat de Romeinen en Grieken niet schromen om hun liefdesaffaires te tonen op pleinen en straten,
terwijl de Palestijnen zich daarvan wel onthouden, om dan vrolijk de vrije liefde te bedrijven
met vrouwen van genot bínnen hun huizen.
Dat is duidelijk te zien aan het feit dat de courtisanes,
ondanks de vuile blikken die ze ontvangen van degenen tot wie ze zich richten,
verschillende Joden vertrouwelijk bij hun naam aanspreken,
onder wie een Farizeeër, beladen met lintjes.'
Reacties
Een reactie posten