Filistijn was enige die wist te volharden - zelfs goud, eenmaal gevonden, moet nóg bewerkt!

251.6

Maria Valtorta:

'En dan spreekt Hij alle anderen toe.


"Een groep mijnwerkers daalde af in een mijn,

waar ze wisten dat er schatten lagen, hoewel diep verborgen

in de ingewanden van de aarde.

En ze begonnen te graven.


Maar de grond was hard, en het werk vermoeiend.

Velen werden moe, gooiden hun houwelen neer, en liepen weg.

Anderen bespotten de voorman, en bejegenden hem als een dwaas.

Weer anderen vervloekten hun lot, het werk, de aarde, het metaal,

en sloegen in woede de binnenste wanden van de aarde stuk,

waardoor de mijnader in nutteloze kruimels brak, en toen,

ziende dat ze schade hadden aangericht i.p.v. winst te maken,

vertrokken ook zij, alleen de meest volhardende bleef.



Hij bewerkte voorzichtig de lagen taaie aarde

om ze te doorboren zonder ze te beschadigen,

hij testte, verdiepte, groef...


En eindelijk werd een prachtige, kostbare ader blootgelegd.

De volharding van de mijnwerker werd beloond,

en met het zuivere metaal dat hij had ontdekt,

kon hij veel werk vinden

en veel roem vergaren

en veel klanten krijgen

- want iedereen wil dat metaal

dat alleen door volharding gevonden wordt -

daar waar de anderen, lui of driftig, niks bereikt hadden.



Maar het gevonden goud moet op zijn beurt,

om mooi genoeg te zijn om bruikbaar te zijn voor de goudsmid,

volhardend zijn in de wil om bewerkt te worden.

Als het goud, na de eerste opgraving, geen pijn meer wilde lijden,

zou het een ruw, onbewerkbaar metaal blijven.


Jullie zien dus dat aanvankelijk enthousiasme niet genoeg is om te slagen,

noch als apostelen, noch als discipelen, noch als gelovigen.

We moeten volharden.


Ermasteüs had vele metgezellen,

en in hun aanvankelijke enthousiasme hadden ze beloofd állemaal te komen.

Hij alleen kwam.


Talrijk zijn Mijn discipelen,

en er zullen er nog meer komen.

Maar slechts een derde... van de helft...

zal weten hoe ze tot het einde toe discipelen moeten zijn.



Volharden.

Dat is het grote woord.

Voor alles wat goed is.


Wanneer je het sleepnet uitwerpt om de purperen schelpen te vangen,

doen jullie dat dan maar één keer?... Neen.

Maar het ene na het andere,

urenlang, dagenlang, maandenlang,

bereid om het volgende jaar terug te keren naar die plek,

want die geeft jullie brood en welstand, voor jezelf en je gezin.


En wil je het dan anders doen voor de grotere dingen,

zoals die in het belang van God en van jullie ziel, als gelovigen;

van jezelf en van je broeders, als discipelen?


Voorwaar, Ik zeg jullie:

om het purperen te delven van de eeuwige kleding,

moet men volharden tot het einde.'


12 aug.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken