herdertjes van Galilea herkennen Maria - dankzij verhalen van Isaak
248.2
Maria Valtorta:
'Maria glimlacht op een manier
die de een de ander een duwtje doet geven en doet fluisteren: "Zij alleen kan het zijn!"
En hij stapt vol vertrouwen naar voren en zegt: "Wees gegroet, Maria, vol van genade.
Is de Heer bij u?"
Maria antwoordt met een nog zoetere glimlach: "Daar us Hij, de Heer!"
En ze wijst naar Jezus, die zich net heeft omgedraaid om met Zijn neven te spreken en hen opdraagt aalmoezen te geven aan de armen die met smekende verzoeken naderen.
En ze raakt haar Zoon, de Moeder, lichtjes aan en zegt: "Mijn zoon, deze herdertjes zoeken Jou en hebben mij herkend. Ik weet niet hoe..."
"Isaak is hier vast langsgekomen en heeft de geur van de openbaring achtergelaten. Jongeman, kom hier!"
De herdersjongen, een donkerharige jongen van een jaar of twaalf of veertien, robuust maar tenger, met levendige, gitzwarte ogen, golvend haar met een pluk ebbenhouten, gehuld in zijn schapenvacht – hij lijkt me een jeugdige kopie van de Voorloper – nadert Jezus met een zalige glimlach, alsof hij gefascineerd is.
"Vrede zij met je, jongen. Hoe herkende jij Maria?"
"Omdat alleen de Moeder van de Verlosser die glimlach en dat gezicht kan hebben. Mij werd verteld: 'Het gelaat van een engel, ogen als sterren, en een glimlach zoeter dan de kus van je moeder, even lieflijk als haar naam, Maria, zo heilig dat alleen zij zich over de pasgeboren God mocht buigen'...
Dat zag ik in haar, en ik groette haar. Want ik was naar U op zoek. Wij waren op zoek naar U, Heer, en... ik durfde niet U als eerste groeten."
"Wie heeft jou over ons verteld?"
"Isaak uit het andere Bethlehem, die beloofde ons naar U te brengen wanneer de herfst komt."
"Was Isaak hier dan?"
"Hij is nog steeds in deze streek, met veel discipelen. Maar hijzelf was het die tot ons, de herders, gesproken heeft. En wij geloofden zijn woorden!"
Reacties
Een reactie posten