tiende herder, Isaak, wordt leerling
76.5-6 Maria Valtorta: "Hier is Jezus!", zegt Elia, naar Hem wijzend. "De lange, knappe, blonde, in het wit gekleed, met de rode mantel!..." Isaak rent, snijdt door de grazende kudde en met een kreet van triomf, van vreugde, van aanbidding, knielt hij neer aan de voeten van Jezus. "Sta op, Isaak! Ik ben gekomen. Om jou vrede en zegen te brengen. Sta op, zodat Ik je gezicht mag kennen." Maar Isaak kan niet opstaan. Te veel emoties bij elkaar, en hij staat, met zijn blije huilbuien, tegen de grond. "Je kwam meteen. Heb je jezelf niet afgevraagd of je kon..." "Je zei dat ik moest komen... en ik kwam!" "Hij deed niet eens de deur dicht, en haalde de offers niet op, Meester." "Maakt niet uit. Engelen zullen over zijn huis waken. Ben je gelukkig, Isaak?" "Oh! Heer!" "Noem mij 'Meester'." "Ja, Heer, mijn Meester. Zelfs als ik niet hersteld zou zijn, zou ik blij zijn geweest om Je te zien. Ho...