Jezus neemt Johannes van Endor apart - op een rots in zee, bij maanlicht
250.9
M. Valtorta:
'De mensen stromen langzaam weg,
ieder naar de kleine huisjes waar ze wonen.
Johannes van Endor staat ook op,
die voortdurend aantekeningen maakte terwijl Jezus sprak,
zich warmend bij het vuur, zodat hij kon zien wat hij schreef.
Maar Jezus houdt hem tegen,
en zegt: "Blijf nog even bij je Meester."
En Hij houdt hem dicht tegen zich aan, tot iedereen weg is.
"Laten we naar die rots aan de waterkant gaan.
De maan klimt steeds hoger aan de hemel, en we kunnen het pad zien."
Johannes stemt zonder een woord te zeggen toe.
Ze staan ongeveer tweehonderd meter van de huisjes
en gaan zitten op een grote kei, waarvan ik niet weet of het de overblijfselen van een pier zijn, of de uiterste rand van een klif die in zee is gezonken, of de ruïnes van een hut die half door het water is verzwolgen, dat misschien wel door de eeuwen heen langs de kust is opgeschoven.
Ik weet dat je vanaf het kleine strandje omhoog kunt klimmen, door je voet op de holtes en richels te plaatsen die als treden dienen, maar aan de zeezijde loopt de klif bijna loodrecht naar beneden en stort zich in het blauwgroene water.
Door het getij is de klif nu inderdaad half omringd door water, dat borrelt en zachtjes tegen dit obstakel slaat, en dan met een enorm zuigend geluid wegtrekt en even stilvalt, om vervolgens weer terug te keren, steeds met een regelmatige beweging en geluid, bestaande uit klappen, zuigen en stiltes als gesyncopeerde muziek.
Ze zitten precies bovenop deze door de zee geteisterde massa. De maan trekt een zilveren spoor over het water en kleurt de zee diepblauw, die voor haar opkomen niets anders was dan een zwartachtige vlakte in de pikzwarte nacht.'
Reacties
Een reactie posten