Johannes herhaalt wat Jezus op Tabor zei - 4
244.7
"Jezus zei:
'God schiep dus de schepping.
En net zoals je, om het glorieuze Mysterie van ons ene en drie-enige Wezen te begrijpen,
moet kunnen geloven en zien dat het Woord er van meet af aan was, en bij God was,
verenigd door de meest volmaakte Liefde, die alleen twee goden kunnen uitstorten,
terwijl zij één zijn...
zo moet je, om de schepping te zien zoals zij is,
haar met ogen van geloof aanschouwen,
want in haar wezen draagt de schepping,
net zoals een zoon de onuitwisbare weerspiegeling van zijn vader draagt,
in zich de onuitwisbare weerspiegeling van haar Schepper.
Dan zullen we zien dat ook hier in het begin hemel en aarde waren,
en dat daarna pas het licht kwam, vergelijkbaar met de liefde.
Want licht is vreugde, net zoals liefde dat is.
En licht is de atmosfeer van het Paradijs.
En het onstoffelijke Wezen dat God is, is Licht,
en is de Vader van al het licht
- intellectueel, affectief, materieel en geestelijk -
zowel in de hemel als op aarde.
In den beginne waren hemel en aarde,
en door hen werd licht gegeven,
en door het licht werden alle dingen gemaakt.
En zoals in de hoogste hemel
de geesten van het licht werden gescheiden van die van de duisternis,
zo werd in de schepping de duisternis gescheiden van het licht,
en werden dag en nacht gemaakt,
en de eerste dag van de schepping brak aan,
met zijn ochtend en zijn avond,
met zijn middag en zijn middernacht.
En toen de glimlach van God, het licht, na de nacht terugkeerde,
zie, toen strekte de hand van God, zijn machtige wil,
zich uit over de vormloze en lege aarde,
strekte zich uit over de hemel
waar de wateren ronddwaalden,
een van de elementen vrij in de chaos.
En Hij wilde dat het firmament het wanordelijke ronddwalen
van de wateren tussen hemel en aarde zou scheiden,
zodat het een sluier zou zijn voor de pracht van het paradijs,
een begrenzing voor de wateren daarboven,
zodat op de kolkende metalen en atomen
de zondvloeden niet zouden neerdalen
om weg te spoelen en te verpulveren
wat God had bijeengebracht.
Orde werd gevestigd in de hemel.
En orde kwam er op aarde
door het bevel dat God gaf aan de wateren
die zich over de aarde verspreidden.
En de zee ontstond.
Kijk ernaar!
Daarop, zoals op het firmament,
staat geschreven: 'God is.'
Wat iemands intellect ook is,
en wat zijn geloof of gebrek aan geloof ook is,
t.a.v. deze pagina, waarin een deeltje van de oneindigheid die God is schittert,
waarin van Zijn macht wordt getuigd — want geen enkele menselijke macht
noch enige natuurlijke ordening van de elementen kan zulk een wonder
ook maar minimaal nabootsen— t.a.v. deze pagina dus...
is men wel verplicht te geloven.
Te geloven, niet alleen in de almacht,
maar ook in de goedheid van de Heer.
Die door die zee
de mens voedsel en leven geeft,
geneeskrachtige zouten schenkt,
de zon tempert
en ruimte biedt aan de winden,
zaden geeft aan verre landen...
een stem geeft aan de stormen
om de mier die de mens is te herinneren
aan de Oneindige, zijn Vader...
een manier geeft om op te stijgen,
hogere visioenen aanschouwend,
naar hogere sferen.'"
Reacties
Een reactie posten