Margziam leert Magdalena het Onzevader 3
240.3
Maria Valtorta:
'Margziam kijkt nieuwsgierig naar Magdalena.
Een hele gedachtenstroom vormt zich in zijn hoofd.
Uiteindelijk zegt hij: "Maar... in Bethanië was jij niet..."
"Ik was er niet. Maar nu zal ik er altijd zijn,"
zegt Magdalena met een blos
en een zweem van een glimlach.
En ze aait het kind en zegt:
"Ook al kennen we elkaar nu pas, heb je mij graag?"
"Ja, omdat jij goed bent. Je hebt gehuild, hè? Daarom ben je goed.
En je heet Maria, toch? Mijn moeder heette ook zo, en ze was goed.
Alle vrouwen die Maria heten, zijn goed... Maar..." besluit hij,
om Porphirea en Martha niet van streek te maken,
"er zijn nog goede, zelfs onder degenen met een andere naam...
Hoe heette jouw moeder?"
"Eucheria... en zij was zó goed!"
En twee dikke tranen vallen uit Maria Magdalena's ogen.
"Huil je omdat ze dood is?" vraagt het kind.
En hij streelt haar mooie handen, gevouwen over haar donkere jurk,
waarschijnlijk een van Martha, die haar goed past omdat de zoom werd uitgelegd.
En hij voegt eraan toe: "Maar je mag niet huilen.
We zijn niet alleen, weet je? Onze moeders zijn altijd dicht bij ons.
Jezus zegt het.
En ze zijn als beschermengelen.
Dat zegt Jezus ook.
En als we goed zijn, komen ze ons tegemoet als we sterven,
en stijgen we op naar God in de armen van onze moeder.
Maar het is waar, weet je!
Hij heeft het gezegd!"
Maria Magdalena omhelst het kleine troostertje stevig,
en kust hem, en zegt: "Bid dan dat ik ook zo goed mag worden."
"Maar ben jij dat dan niet?
Alleen wie goed is, gaat met Jezus mee...
En als we niet helemaal goed zijn, worden we goed,
om Jezus' discipelen te kunnen zijn.
Want we kunnen niet onderwijzen wat we zelf niet kennen.
We kunnen niet zeggen: "Vergeef" als we onszelf niet eerst vergeven.
We kunnen niet zeggen: "Je moet je naaste liefhebben"
als wij niet eerst de naaste liefhebben."'
Reacties
Een reactie posten