net voor zondaars ben Ik gekomen !
242.4
M. Valtorta:
'Maar de man die Crispus heet, trekt zich er niets van aan dat hij bespot wordt
en loopt achter Maria Magdalena aan, die de Meester inhaalt, die al plaats heeft genomen
in de schaduw van een prachtig gebouw dat zich, in de vorm van een exedra,
uitstrekt over twee zijden van een plein.
Jezus zet er zich uiteen met een schriftgeleerde
die Hem verwijt dat Hij in Tiberias is, en in zulk gezelschap.
"En waarom bent u er dan? Want u bent ook in Tiberias...
Maar Ik zeg u, dat zelfs in Tiberias, ja, hier méér dan waar ook,
er zielen zijn die gered moeten worden!" antwoordt Jezus.
"Die zijn niet te redden: het zijn heidenen, ongelovigen, zondaars."
"Ik ben gekómen voor de zondaars. Om de échte God bekend te maken.
Aan iedereen. Ook voor ú ben Ik gekomen."
"Ik heb geen leraren of verlossers nodig.
Ik ben zuiver, en geleerd."
"Was u maar zo geleerd dat u uw toestand kende!"
"En U, om te weten hoeveel schade U Uzelf berokkent
in het gezelschap van een prostituee."
"Ik vergeef u, ook namens haar.
Zij, in haar nederigheid, wist haar zonde uit.
U, door uw trots, verdúbbelt uw zonden."
"Ik ben níet zondig!"
"U bezit de hoofdzonde: u bent zonder liefde."
De schriftgeleerde zegt: "Raka!" ['onbenul', cf. Mt.5:22]
en draait zich om.
"Mijn schuld, Meester!" zegt Maria Magdalena.
En als ze de bleekheid van de Maagd Maria ziet, kreunt ze:
"Vergeef me. Door mij wordt uw Zoon beledigd. Ik zal me terugtrekken..."
"Nee! Blijf waar je bent. Ik wil het!" zegt Jezus,
met een indringende stem, en met zo'n glans in zijn ogen,
zulke dominantie in zijn hele gestalte
dat Hij bijna onverdraaglijk is.
En dan, zachter:
"Blijf waar je bent!
En als iemand jouw aanwezigheid niet kan verdragen,
dat zo iemand dan gaat, hij alleen."
En Jezus gaat weer op weg,
richting het westelijke deel van de stad.'
Reacties
Een reactie posten