heerlijk gebraden lam voor uitgeputte landarbeiders


260.4

M. Valtorta:

'De boeren van Doras' zoon komen eraan.

Nog magerder en nog meer in lompen gekleed. Maar zo blij!

Er zijn er ongeveer twintig, en er is zelfs geen kind of vrouw bij.

Arme, eenzame mannen...


"Vrede zij met jullie allen!

Laten we samen de Heer zegenen, omdat Hij jullie een betere meester heeft gegeven. Laten we Hem zegenen door te bidden voor de bekering van de man die jullie zoveel leed heeft berokkend. Toch?

Bent u blij, oude vader? Ik ook. Ik kan nu vaker met het kind komen. Hebben ze het u al verteld? U huilt van vreugde, hè? Kom, kom zonder angst!..." zegt hij, sprekend tot Margziams grootvader, die helemaal voorovergebogen Zijn handen kust, huilend en mompelend:

"Ik vraag nu niets meer aan de Almachtige. Hij heeft mij meer gegeven dan ik vroeg. Nu zou ik willen sterven, uit angst zo lang te blijven leven dat ik weer in mijn lijden verval."


Enigszins gegeneerd om bij de Meester te zijn, hervatten de boeren snel hun moed,

en wanneer de twee lammetjes op grote bladeren worden gelegd,

uitgespreid op de van tevoren klaargelegde stenen,

en de porties worden verdeeld,

elk op een ondiep, breed platbrood dat tevens als bord dient,

zijn ze alweer ontspannen in hun eenvoud,

en eten smakelijk, hun honger stillend,

en vertellen elkaar de recente gebeurtenissen.


Een van hen zegt:

"Ik heb altijd de sprinkhanen, mollen en mieren vervloekt.

Maar vanaf nu zullen ze mij boodschappers van de Heer lijken.

Want het is dankzij hen dat we de hel verlaten!"


En hoewel het vergelijken van mieren en sprinkhanen met de engelen wat overdreven is,

lacht niemand, omdat iedereen de tragedie voelt die achter die woorden schuilgaat.


De vlam verlicht deze menigte,

maar hun gezichten zijn niet naar de vlam gericht,

en ze schenken weinig aandacht aan wat ze voor zich hebben.

Alle ogen zijn gericht op Jezus' gezicht, slechts even afgeleid

wanneer Maria van Alfeüs, die bezig is de porties te verdelen, terugkeert

om meer vlees op de platbroden van de hongerige boeren te leggen

en haar werk afmaakt door twee gebraden bouten in grote bladeren te wikkelen,

terwijl ze tegen de oude grootvader van Margziam zegt:

"Hier. Dan hebben jullie morgen allemaal nog een stukje.

Ondertussen zal de opzichter van Jochanan voorzorgen treffen."


"Maar jullie dan..."

"Wij lopen wat lichter. Neem het, neem het, man!"


Van de twee lammeren blijven alleen de afgekloven botten over,

en een aanhoudende geur van druipend vet, dat nog steeds brandt

op het uitdovende hout, waarvan het licht wordt vervangen

door dat van de maan.'


22 aug.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken