hoe geloof en rede samengaan - Syntyche wordt onderricht (e.a.)
285.10
M. Valtorta:
'"Maar ik weet niet al die mooie dingen die Syntyche weet!"
"En bent je daar verdrietig om, man?
Weet je dan niet dat ik ze net wil wegdoen
om alleen over te houden wat jij weet?"
"Écht? Waarom?"...
"Omdat je je met kennis op aarde staande kunt houden,
maar met wijsheid verover je de hemel.
Wat ik weet is kennis, wat jij weet is wijsheid."
"Maar met jouw kennis kon jij tot Jezus komen! Dus is het iets goeds."
"Vermengd met zoveel dwalingen, dat ik me ervan zou willen ontdoen,
om me alleen weer met wijsheid te bekleden.
Weg met die sierlijke en ijdele gewaden!
Moge het strenge en onopvallende gewaad van de wijsheid het mijne zijn,
dat niet het vergankelijke, maar het onsterfelijke bekleedt met een onvergankelijk gewaad.
Het licht van de wetenschap flikkert en wankelt.
Dat van de wijsheid schijnt uniform en onveranderlijk constant,
net zoals het Goddelijke waaruit het voortkomt."
Jezus heeft Zijn tempo vertraagd om te luisteren.
Hij draait zich om en zegt tot de Griekse:
"Je moet er niet naar verlangen je te ontdoen van al wat je weet.
Maar je moet uit deze kennis van jou dat kiezen wat een atoom van Eeuwige Intelligentie is,
veroverd door geesten van onmiskenbare waarde."
"Hebben zulke geesten dan in zichzelf de mythe herhaald
van het vuur dat van de goden gestolen is?"
"Ja, mevrouw. Maar hier hebben ze niet gestolen.
Maar waren in staat te begrijpen, toen de Godheid hen met Zijn vuren aanraakte,
liefkoosde als voorbeelden, verspreid onder een gevallen mensheid, van wat de mens is:
een wezen begiftigd met rede."
"Meester, U moet mij laten zien wat ik moet behouden en wat ik moet laten varen.
Ik zou geen goede rechter zijn. En moge dan, om de lege plekken in te vullen,
het Licht van Uw Wijsheid schijnen."
"Dat is wat Ik van plan ben te doen.
Ik zal jou de wijsheid tonen van het denken dat jij kent,
en zal van daaruit verdergaan tot het uiteindelijke ware idee.
Zodat jij dat zult kennen.
Het zal bovendien goed zijn voor die die voorbestemd zijn
om in de toekomst veel contact te hebben met de heidenen."
"Wij zullen er niets van begrijpen, Heer!" kreunt Jakobus van Zebedeüs.
"Voorlopig nog weinig. Maar op een dag zullen jullie het begrijpen.
Ook de lessen van dit moment en hun noodzaak.
En jij, Syntyche, leg Mij de punten uit die jou het meest onduidelijk zijn.
In de pauzes zal Ik ze voor jou verduidelijken."
"Ja, mijn Heer.
Dat is het verlangen van mijn ziel dat samensmelt met Uw verlangen.
Ik als discipel van de Waarheid, en U als Meester.
De droom van mijn hele leven:
het bezit van de Waarheid."'
Reacties
Een reactie posten