voor Soekot naar de Tempel - begroeting 1
CCLXXXI
IN DE TEMPEL TIJDENS HET LOOFHUTTENFEEST
-GELIJKENIS VAN DE TALENTEN-
-DE GOEDE SAMARITAAN e.a.-
281.1
M. Valtorta:
'Jezus is op weg naar de Tempel.
De discipelen gaan Hem in groepjes vooruit, de vrouwen volgen Hem in groep: Zijn Moeder, Maria van Klopas, Maria Salome, Susanna, Johanna van Chusas, Elise van Bethzur, Anna-Lea van Jeruzalem, Martha en Marcella. Maria Magdalena is er niet bij. Rond Jezus zijn de twaalf apostelen en Margziam.
Jeruzalem is in volle glorie, zoals gebruikelijk in deze plechtige tijd. Mensen in elke straat en uit alle landen. Liederen, toespraken, gemompelde gebeden, de vloeken van ezeldrijvers, af en toe het gehuil van een kind.
En bovenal verschijnt er een heldere hemel tussen de huizen, en een vrolijke zon daalt neer om de kleuren van de kleding te doen opleven, om de vervagende tinten van de pergola's en bomen die her en der achter de muren van de ommuurde tuinen of terrassen te zien zijn, te verlichten.
Soms passeert Jezus mensen die hij kent, en de begroeting is dan min of meer eerbiedig, afhankelijk van de stemming van de persoon die hij voorbij gaat.
Zo is ook de groet van Gamaliël, diep maar hoogmoedig, terwijl hij Stefanus strak aankijkt, die hem vanuit de groep discipelen toelacht. Gamaliël buigt voor Jezus, en roept hem apart en spreekt hem enkele woorden toe, waarna Stefanus terugkeert naar de groep.
De begroeting van de oude synagogepriester Klopas van Emmaüs is eerbiedig, hij en zijn medeburgers net zo goed op weg naar de Tempel. Hard als een vervloeking is de tegengroet van de farizeeën van Kafarnaüm.'
Reacties
Een reactie posten