afscheid van Alexander Misace, de koopman
293.8-9
Maria Valtorta:
'Jezus stuurt de menigte weg,
nadat Hij nog naar iemand geluisterd heeft,
en trekt zich terug in het huis, gevolgd door hen die bij Hem waren.
"Wat een woorden, Meester!"
"Hoe verheerlijkt ben Je wel niet geweest!"
"Wat een stem!"
"En wat een wonderen!"
"Heb Je gezien hoe de Farizeeën gevlucht zijn?"
"Ze kropen weg als twee hagedissen, na de eerste woorden."
"De mensen van Bozra en al die dorpen herinneren zich Jou als de zon..."
"Moeder, en wat zeg jij?"
"Ik zegen je, Zoon. Namens mij en namens hen."
"Wel, dan zal jouw zegen Mij volgen tot we elkaar weerzien!"
"Waarom zeg Je dat, Heer? Verlaten de vrouwen ons dan?"
"Ja, Simon. Morgen bij het eerste licht, vertrekt Alexander naar Aëra.
Wij gaan met hem mee tot de weg naar Arbela en dan zullen wij hem verlaten.
En geloof het maar, Alexander Misace, dat jij een hoffelijke gids voor de Pelgrim bent geweest!
Ik zal jou altijd gedenken, Alexander..."
De oude man is ontroerd.
Hij staat met zijn armen over elkaar geslagen, in een diepe oosterse groet,
een beetje gebogen, voor Jezus.
Maar als hij deze woorden hoort, zegt hij:
"Gedenk mij vooral wanneer U in Uw Koninkrijk bent."
"Verlang jij dat, Misace?"
"Ja, mijn Heer."
"Ook ik verlang iets van U."
"Wat is het, Heer?
Als ik maar kan, zal ik het U geven.
Al was het het kostbaarste van al mijn bezittingen."
"Het is het kostbaarste.
Ik wil jouw ziel.
Kom tot Mij."
Ik zei je, aan het begin van de reis,
dat Ik hoopte je aan het einde een geschenk te geven.
Dat geschenk... is het geloof.
Geloof je in Mij, Misace?"
"Ik geloof, Heer."
"Heilig dan je ziel,
zodat het geloof voor jou geen geschenk is
dat niet alleen nutteloos, maar zelfs schadelijk is."
"Mijn ziel is oud. Maar ik zal ernaar streven haar nieuw te maken.
Heer, ik ben een oude zondaar. Maar vergeef mij en zegen mij,
zodat ik vanaf hier een nieuw leven kan beginnen.
Ik zal Uw zegen met mij meedragen
als de beste gids op mijn reis naar Uw Koninkrijk...
Zullen we elkaar ooit nog terugzien, Heer?"
"Nooit meer hier op aarde.
Maar je zullen van Mij horen en nog meer geloven,
want Ik zal jou niet zonder evangelisatie achterlaten.
Vaarwel, Misace! Morgen hebben we weinig tijd om afscheid te nemen.
Laten we het nu doen, voordat we voor de laatste keer samen eten."
Hij omhelst hem en kust hem.
De apostelen en discipelen doen hetzelfde.
De vrouwen groeten hem samen met één groet.
Maar Misace knielt als het ware voor Maria neer en zegt:
"Moge uw licht, als een zuivere morgenster,
in mijn gedachten schijnen tot de dood."
"Tot het Leven, Alexander!
Heb mijn Zoon lief en je zult mij liefhebben,
en ik zal jou liefhebben."'
Reacties
Een reactie posten