afscheid van Johannes en Syntyche, op ezelskar
316.2
Maria Valtorta:
"...Voel Je Je niet lekker, Meester? Je bent zo bleek!"
"Nee, Simon. Ik wil alleen met hen spreken..."
En Hij wijst naar de twee, die ook bleek zijn geworden,
aanvoelend dat het moment van afscheid is aangebroken...
Jezus gaat zitten op de plank,
die als zitbank dient voor de wagenmenner,
en zegt: "Kom hier naast me, Johannes.
En jij, Syntyche, kom dichterbij..."
Johannes gaat links van de Heer zitten,
en Syntyche aan Zijn voeten,
bijna op de rand van de kar,
met haar rug naar de weg,
haar gezicht naar Jezus opgeheven.
In die positie, zittend op haar hielen,
slap alsof ze gebukt gaat onder een uitputtende last,
haar handen in haar schoot, en ineengeklemd om ze stil te houden, omdat ze trillen,
haar vermoeide gezicht, haar prachtige violetzwarte ogen,
alsof ze vertroebeld zijn door zoveel tranen,
in de schaduw van de laag opgetrokken sluier en mantel,
gelijkt ze op een desolate Piëta.
En Johannes!...
Ik geloof dat als zijn galg aan het eind van de weg stond,
hij minder radeloos zou zijn.
De ezel loopt in de pas, zo gehoorzaam en verstandig,
dat hij Jezus niet dwingt om hem nauwlettend in de gaten te houden.
En Jezus maakt van deze gelegenheid gebruik om de teugels los te laten
en Johannes' hand te nemen en de andere te leggen op Syntyche's hoofd.'
Reacties
Een reactie posten