Judas laat altijd zien dat hij enkel mens is




296.5

Maria Valtorta:

'Simon Zeloot buigt zijn gezicht, dat steeds roder wordt.

Andreas, die het ziet, vraagt: "Voel jij je ziek?"

"Nee, nee... vermoeidheid... ik weet het niet."

Jezus staart hem aan, en hij wordt steeds roder.

Maar Jezus zegt niets.


Timon rent naar voren:

"Meester, daar kun Je het dorp zien dat voor Aëra ligt!

We kunnen daar stoppen, of om ezels vragen."


"Maar de regen is nu gestopt. Het is beter om verder te gaan."

"Zoals Je wil, Meester. Maar als Je mij toestaat, ga ik nu verder."

"Ga je gang!"


Timon rent weg met Marcus.

En Jezus, glimlachend, merkt op: "Hij wil dat we een triomfantelijke intocht hebben!"


Ze lopen weer in groep, allemaal samen.

Jezus laat toe dat ze verhit achter in hun discussie over de verschillen tussen de regio's,

en trekt zich dan terug, en neemt de Zeloot met zich mee.


Zodra ze alleen zijn, vraagt ​​Hij: "Waarom bloos jij, Simon?"

Hij wordt weer rood en zegt niets.


Jezus herhaalt de vraag,

en de ander wordt nog roder en stiller.


Jezus vraagt ​​het opnieuw.

"Heer, maar Je wéét het! Waarom laat Je mij spreken?"

schreeuwt de Zeloot, gekweld alsof hij gemarteld wordt.


"Weet je het zeker?"

"Hij heeft het me niet ontkend. Maar hij zei: 'Ik doe dit uit voorzorg.

Ik heb gezond verstand. De Meester denkt nooit aan morgen!'...

Als je wilt, is dat waar. Maar... het is altijd... het is altijd...

Meester, gebruik Jij het juiste woord!"


"Het laat altijd zien dat Judas slechts een 'mens' is.

Hij weet zich niet te verheffen tot het zijn van een geest.

Maar jullie zijn min of meer allemaal zo.

Jullie hebben angst voor futiliteiten.

Maken je druk over nutteloze voorzorgen.

Weten niet te geloven dat de Voorzienigheid machtig en alomtegenwoordig is.

Nou, laat dat tussen ons beiden blijven. Niet waar?"

"Ja, Meester."


Een stilte.

Dan zegt Jezus:

"Straks keren we terug naar het meer!...

Het zal fijn zijn om even tot rust te komen, na al dat reizen.

Wij tweeën gaan een tijdje naar Nazareth, tegen de tijd van Encenie.

Jij bent alleen... De anderen zullen bij hun familie zijn. Jij zult bij Mij zijn."


"Heer, Judas en Thomas, en ook Matteüs, zijn alleen."

"Maak je geen zorgen. Iedereen zal feestvieren met zijn familie.

Mattheüs heeft zijn zus... Jij bent alleen.

Tenzij je naar Lazarus wilt gaan..."


"Nee, Heer," barst Simon uit.

"Nee. Ik hou van Lazarus, maar bij Jou zijn is als in de hemel zijn.

Dank Je, Heer!"

En hij kust Zijn hand.'


6 okt.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken