liefde van apostelen doet Jezus heropleven


325.4

M. Valtorta:

'"Meester, mijn Meester, wat scheelt er met Je? Vertel het Jouw Simon!"

"Niets, vriend."

"Niets? Met zulk gezicht? Hebben ze Jou dan pijn gedaan?"

"Maar nee, Simon."


"Dat kan niet!

Of Je was ziek, of Je werd vervolgd!

Ik heb ogen!..."


"Ik ook. En Ik zie jou, mager en oud zelfs.

Waarom zie jij er dan zo uit?..."


Vraagt ​​de Heer glimlachend aan Zijn Petrus,

die Hem aandachtig bestudeert,

alsof hij de waarheid probeert te af te lezen

uit Jezus' haar, en huid en baard.


"Maar ik heb geleden, dat heb ik! En dat ontken ik niet.

Dacht Je dat het prettig was, zoveel pijn te zien?"


"Je zegt het! Ik heb ook geleden, om dezelfde reden..."


"Alleen daarom, Jezus?" vraagt ​​Judas van Alfeüs,

vol medeleven en genegenheid.


"Omwille van de pijn, ja, neef van Me.

Omwille van de pijn veroorzaakt door de noodzaak

om hen weg te sturen..."


"En de pijn van te zijn gedwongen door..."


"Alsjeblief!...Stil!

Stilte over Mijn wond is Mij dierbaarder

dan welk woord dan ook dat Mij probeert te troosten

met de woorden: 'Ik weet waarom Jij hebt geleden.'

Bovendien, laten jullie allen dit weten, Ik heb onder vele dingen geleden,

niet alleen hieronder. En als Judas Me niet had onderbroken,

zou Ik het jullie verteld hebben."


Jezus spreekt streng.

Iedereen is bang.


Maar Petrus is de eerste die zich herpakt en vraagt:

"En waar ben Jij geweest, Meester? Wat heb Jij gedaan?"


"Ik ben in een grot geweest...om te bidden... om te mediteren...

om Mijn geest te sterken, om kracht te verkrijgen voor jullie,

voor jullie in je missie, voor Johannes en Syntyche in hun lijden."


"Maar waar, waar? Zonder kleren, zonder geld!

Hoe heb Je dat gedaan?..."

Simon raakt geëmotioneerd.



"In een grot had Ik nergens nood aan."


"En eten dan? En vuur? En een bed? En... alles, kortom!

Ik hoopte dat je tenminste te gast zou zijn, als een verdwaalde pelgrim,

in Jiphtaël, ergens anders, in een huis, kortom.

En dat gaf me een beetje rust.

Maar tóch, hè?...

Zeg eens, was mijn kwelling niet de gedachte

dat Hij zonder kleren was, zonder eten,

zonder middelen om die te verkrijgen,

en vooral zonder de wil om ze te verkrijgen.

Ach, Jezus! Je had dit niet moeten doen!

En je zult het me nooit meer aandoen!

Ik zal Jou geen uur meer verlaten.

Ik zal mezelf aan Je kleed vastnaaien

om Jou als een schaduw te volgen,

of je dat nu wilt of niet.

Alleen als ik sterf,

zal ik van Jou gescheiden zijn."


"Of als Ik sterf..."


"O nee! Niet Jij! Jij mag niet vóór mij sterven! Zeg dat niet.

Wil je me soms helemaal verdrietig maken?"


"Nee. Integendeel, Ik wil Me met jou zijn, met iedereen,

verheugen in dit prachtige uur dat Mijn dierbare, geliefde vrienden terugbrengt.

Zien jullie! Ik voel Me al beter, omdat jullie oprechte liefde Me voedt,

Me verwarmt en troost in alles!"


En Hij streelt hen één voor één,

terwijl hun gezichten stralen van een zalige glimlach

en hun ogen fonkelen en hun lippen trillen

van de emotie van deze woorden,

terwijl ze vragen:

"Echt waar, Heer?"

"Is dat zo, Meester?"

"Zijn wij Jou zo dierbaar?"


"Ja. Zo dierbaar!"'


10 nov.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken