Maria weeft paarse stroken, met purper uit Sidon
303.4
M. Valtorta:
'"Kom hier, Moeder, naast Me, en vertel verder.
Niet over toen... maar over nu.
Wat was je aan het doen?"
"Ik was aan het werk..."
"Ik weet het. Maar wat was het?
Ik wed dat je je vermoeid hebt voor Mij. Laat zien..."
Maria wordt roder dan het kleed op het weefgetouw
dat Jezus, opstaand, gaat bekijken.
"Paars? Wie heeft jou dat gegeven?"
"Judas van Keriot.
Hij heeft het gekregen van de vissers van Sidon, geloof ik.
Hij wil dat ik een koninklijk gewaad voor Je maak...
Ik zal het gewaad voor Je maken, jazeker.
Maar voor Jou is er geen paars nodig,
om koning te zijn."
"Judas is koppiger dan een muilezel!"
is het enige commentaar op het gegeven paars...
Dan draait Hij zich om naar Zijn Moeder:
"En kunnen je daar een heel gewaad van maken?"
"O nee, zoon! Het kan gebruikt worden voor de ruches/boorden van het gewaad
en voor de mantel. Meer niet."
"Goed zo. Nu begrijp Ik waarom je het in smalle repen weeft.
Dus... Mama, dat vind Ik een goed idee! Bewaar deze stroken voor Mij,
en op een dag zal Ik jou zeggen dat je er een prachtig gewaad van mag maken.
Maar nu is het tijd, maak jezelf niet te moe."
"Ik werk als ik in Nazareth ben..."
"Dat is waar..."'
Reacties
Een reactie posten