blijf weg uit Jeruzalem, waarschuwde Magdalena
CCCLXII
NA DE WAARSCHUWING DOOR MARIA MAGDALENA,
MISSIE EN BESTEMMING VAN 'STEMMEN VAN GOD',
ONTMOETING MET MARIA EN DISCIPELEN
362.1
M. Valtorta:
'Ze bevinden zich nu aan de overkant van de Jordaan
en lopen snel in zuidwestelijke richting, op weg naar een tweede heuvelrug,
hoger dan de eerste, met lage heuveltjes, waarachter de Jordaanvlakte ligt.
Uit hun gesprek begrijp ik dat ze de vlakte hebben vermeden
om niet terug te vallen in de modder aan de overkant,
en dat ze van plan zijn om te gaan naar waar ze moeten zijn
door de binnenwegen te volgen,
die beter onderhouden en begaanbaar zijn,
vooral bij regenachtig weer.
"Waar zouden we zijn?" vraagt Matteüs,
die moeite heeft zich te oriënteren.
"Tussen Silo en Bethel, zeker.
Ik herken de bergen!" zegt Thomas.
"Wij waren daar onlangs nog, met Judas,
die te gast was bij een paar Farizeeën in Bethel."
"Jij had er ook bij kunnen zijn. Je wilde niet komen.
Maar noch ik, noch zij hebben jou gezegd: 'Niet komen.'"
"En ik zeg evenmin dat jij dat tegen me gezegd hebben.
Ik zeg alleen dat ik liever bij de discipelen bleef,
die hier het evangelie predikten."
En daarmee is het voorval afgelopen.
-
Andreas is zelfs verheugd en zegt:
"Als we vriendelijke Farizeeën in Bethel hebben,
dan zullen we niet aangevallen worden."
"Maar we gaan terug. Niet naar Jeruzalem..."
werpen ze tegen.
"We moeten erheen voor Pesach!
Geen idee hoe we dat gaan redden..."
"Inderdaad zeg!
Waarom zei Hij dat we teruggingen naar Kana?
De vrouwen hadden terug kunnen gaan,
en dan hadden wij de pelgrimage kunnen maken..."
"Het is het lot dat mijn vrouw geen Pesach in Jeruzalem kan vieren!"
roept Petrus uit.'
Reacties
Een reactie posten