plechtige ontvangst bij Thomas' zus - kinderen wild
363.2
Maria Valtorta:
'Thomas, die buiten zichzelf is
en nog roder lijkt door de vreugde die van zijn gezicht afstraalt,
staat bij de ingang van het dorp te wachten.
Hij rent Jezus tegemoet:
"Wat ben ik blij, Meester! Mijn hele familie is hier!
Mijn vader, die Jou zo graag wilde zien,
mijn moeder, mijn neven en nichten!
Wat ben ik blij!"
En hij gaat naast Jezus staan,
en loopt met zo'n trotse houding door het dorp
dat hij een overwinnaar lijkt in zijn uur van triomf.
Het huis van Thomas' zus staat op een kruispunt ten oosten van de stad.
Het is een typisch welgesteld Israëlitisch huis,
met zijn bijna raamloze gevel,
ijzeren deur, met een kijkgaatje,
dakterras en de hoge, donkere tuinmuren,
die zich achter het huis uitstrekken,
en bedekt zijn met het gebladerte van fruitbomen.
Maar vandaag hoeft het dienstmeisje niet door het kijkgaatje te kijken.
De deur staat wijd open, en alle bewoners van het huis staan opgesteld in de hal.
In een constante stroom zie je volwassen handen uitreiken om een jongen of meisje vast te grijpen
uit de menigte kinderen, die, onrustig en opgewonden door de aankondiging,
voortdurend de rijen en hiërarchieën breken enn naar voren stormen,
naar de ereplaatsen, waar Thomas' ouders, zijn zus en haar man
op de eerste rij zitten.
Maar wie houdt kleintjes vast, als Jezus op de drempel staat?
Ze lijken net een kip, die na een nachtrust uit het nest komt.
En Jezus krijgt de volle laag van deze kakelende en lieve menigte,
die zich tegen zijn knieën drukt en hem omhelst,
hun gezichtjes opheffend voor kusjes,
en die hem niet loslaten,
ondanks de moederlijke of vaderlijke roep,
of zelfs incidentele tik die Thomas uitdeelt
om de orde te herstellen.
"Laat ze doen! Laat ze doen! Was de hele wereld maar zo!"
roept Jezus uit, terwijl Hij zich voorover buigt
om al die kleintjes te plezieren.'
Reacties
Een reactie posten