Johannes' leerlingen, aalmoezen, naam, verzorging door Syntyche...


-Antiek Antiochië-


366.8

M. Valtorta:

"'En nu ik met Jou over de geest heb gesproken,

zal ik Je nieuws vertellen over mijn werk.


Ik heb veel leerlingen, van alle rassen en streken.

Om de een noch de ander te beledigen, heb ik de dagen verdeeld

en wissel ik de ene dag met de heidenen af met de andere met de gelovigen,

met groot profijt, gezien het gebrek aan pedagogen hier.


Ik geef mijn inkomsten aan de armen,

en trek hen zo tot de Heer.


Ik laat me weer bij mijn oude naam noemen,

niet omdat ik er zozeer van houd, maar uit voorzichtigheid.

In de uren die aan de wereld toebehoren, ben ik Felix.

In de uren die alleen aan Jezus toebehoren, ben ik Johannes,

de 'Genade van God'...


Ik heb Filippus uitgelegd dat mijn echte naam Felix was,

en dat ik alleen Johannes werd genoemd als naam onder de medebroeders.

En niemand kijkt hier van op, gezien het gemak waarmee wij van naam veranderen

of een bijnaam gebruiken.


Ik hoop hier veel werk te verzetten, om de weg te bereiden voor de heilige broeders.

Als ik meer kracht had, zou ik graag door dit landschap trekken om Jouw Naam bekend te maken.

Misschien lukt me dat wel in de vroege zomer, of in de koelte van de herfst.

En als ik het kan, zal ik het doen.


De zuivere lucht van Antigonea, deze vredige en mooie tuinen,

de bloemen, de kinderen, de kippen, de genegenheid van de tuinmannen,

en bovenal de grote, wijze, dochterlijke genegenheid van Syntyche,

doen me goed.


Ik zou zeggen dat ik hier beter ben geworden.

Syntyche denkt daar anders over, hoewel die gedachte van haar alleen blijkt

uit de zorgzame en constante aandacht die ze aan me besteedt,

aan mijn eten, aan mijn rust, dat ik geen kou vat...

Maar ik voél me beter!


Zou dit een gevoel kunnen zijn dat voortkomt uit een heldhaftig vervulde plicht?

Dat beweert Syntyche. En ik zou graag willen weten of ze gelijk heeft.

Want plicht is een moreel iets, terwijl ziekte iets vleselijks is.


En ik zou ook graag willen weten of Jij nu wérkelijk komt.

Of dat Je Je alleen aan mijn geestelijke zintuigen openbaart, maar dan zo volmaakt,

dat ik niet kan onderscheiden waar de materiële realiteit van Jouw aanwezigheid eindigt.


Lieve en gezegende Meester, Jouw Johannes knielt neer en vraagt ​​om Jouw zegen.

Aan de Moeder, aan Maria, aan de heilige broers en zussen, vrede en zegen.

Een kus aan Margziam, opdat hij eraan denkt mij de heilige woorden te zenden,

het brood voor de ballingen, die arbeiders zijn in de wijngaard van de Heer.'


Dit is de brief van Johannes...

Wat vinden jullie ervan?"


Een kruisen van allerlei indrukken...

Maar de sterkste van allemaal, is die over Jezus' aanwezigheid.

Ze overladen Hem met vragen... over hoe dat kan, óf het kan,

en of Syntyche het ziet...

enzovoort.'


22 jan.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Jezus gaat naar Samaria - 2e jaar begint - nu Redder (meer dan Leermeester) - Barmhartigheid uitbreiden!

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken