na reinigend sterrenkijken, lang staand smeekgebed


357.2

Maria Valtorta:

'Maar uit de deur van de kamer die uitkomt op het lagere terras,

- want er is een bovenste bij de bovenste kamer -

verschijnt een lange schaduw, nauwelijks zichtbaar in de nacht

door de witheid van Zijn gezicht en handen op Zijn donkere gewaad,

en die wordt gevolgd door een andere, een kortere.


Ze lopen op hun tenen,

om degenen die wellicht in de kamer beneden slapen niet wakker te maken,

en sluipen de buitenste treden op, die naar het hoogste terras leiden.


Daarna pakken ze elkaars hand vast, en gaan zo zitten op een bank,

die langs de zeer hoge balustrade loopt die het terras omringt.

Het lage bankje en de hoge balustrade doen alles aan hun zicht onttrekken.

Zelfs als de helderste maan aan de hemel zou staan,

neerdalend om de wereld te verlichten,

zou ze voor hen niets betekenen.


Want de stad is volledig verborgen, in het duister van de nacht,

en met haar ook de donkerste schaduwen van de nabijgelegen bergen.




Alleen de hemel toont zich aan hen

met zijn lentesterrenbeelden en de magnifieke sterren van Orion:

van Rigel en Betelgeuze, van Aldebaran, van Perseus,

en Andromeda en Cassiopeia, en de Pleiaden

verenigd als zusters.


En de saffier-diamant Venus, en de bleke robijn Mars, en de topaas Jupiter,

zij zijn de koningen van het astrale volk en zij kloppen,

zij bonzen alsof zij de Heer begroeten,

hun lichtpulsen versnellend voor het Licht van de wereld.


Jezus heft Zijn hoofd op om hen aan te kijken, leunend tegen de hoge muur,

en Johannes doet hem na, zichzelf verliezend in zijn blik omhoog,

waar men de wereld vergeten kan...



Dan zegt Jezus:

"En nu wij ons in de sterren gereinigd hebben, laten we bidden."

Hij staat op en Johannes doet Hem na.


Een lang gebed, stil, dringend, vol ziel,

Zijn armen uitgestrekt in de vorm van een kruis,

Zijn gezicht omhoog gericht naar het oosten,

waar de eerste glimp van de maan zich aankondigt.


En dan wordt samen het Onze Vader gebeden,

langzaam, niet één keer, maar drie keer,

en steeds met een toenemende aandrang in het vragen,

wat duidelijk in de stem te horen is.


Een smeekbede die de ziel van het lichaam scheidt

en haar op de paden van het oneindige voert,

zo vurig is het.


Dan stilte.

Ze zitten waar ze eerst zaten,

terwijl de maan steeds meer licht werpt

over de slapende aarde.'


11 dec.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken