na reinigend sterrenkijken, lang staand smeekgebed
357.2 Maria Valtorta: 'Maar uit de deur van de kamer die uitkomt op het lagere terras, - want er is een bovenste bij de bovenste kamer - verschijnt een lange schaduw, nauwelijks zichtbaar in de nacht door de witheid van Zijn gezicht en handen op Zijn donkere gewaad, en die wordt gevolgd door een andere, een kortere. Ze lopen op hun tenen, om degenen die wellicht in de kamer beneden slapen niet wakker te maken, en sluipen de buitenste treden op, die naar het hoogste terras leiden. Daarna pakken ze elkaars hand vast, en gaan zo zitten op een bank, die langs de zeer hoge balustrade loopt die het terras omringt. Het lage bankje en de hoge balustrade doen alles aan hun zicht onttrekken. Zelfs als de helderste maan aan de hemel zou staan, neerdalend om de wereld te verlichten, zou ze voor hen niets betekenen. Want de stad is volledig verborgen, in het duister van de nacht, en met haar ook de donkerste schaduwen van de nabijgelegen bergen. Alleen de hemel toont zich aan hen met zijn le...