wat Petrus tot 'Rots van de Kerk' maakt
CCCXLIII
PRIMAATSCHAP VAN SIMON PETRUS
343.5
Maria Valtorta:
'"En jullie, wie zeggen jullie dat ik ben?
Spreek voor jezelf, zonder rekening te houden met Mijn woorden, of die van anderen.
Als je gedwongen zou worden Mij te beoordelen, wie zou je dan zeggen dat Ik ben?"
"Jij bent de Christus, de Zoon van de levende God!" roept Petrus,
knielend, met zijn armen omhoog uitgestrekt naar Jezus,
die hem aankijkt met een stralend gezicht
en zich voorover buigt om hem op te tillen
en te omarmen, zeggende:
"Jij zalige, Simon, zoon van Jona!
Want vlees noch bloed hebben jou dit geopenbaard,
maar Mijn Vader, die in de hemel is!
Vanaf de eerste dag dat je tot Mij kwam, stelde jij je deze vraag,
en omdat je eenvoudig en eerlijk was, kon je het antwoord,
dat uit de hemel tot je kwam,
begrijpen en aanvaarden.
Je hebt geen bovennatuurlijke wonderen gezien,
zoals je broeders Johannes en Jakobus.
Je hebt Mijn heiligheid niet gekend,
als zoon, als arbeider, en als burger,
zoals Judas en Jakobus, Mijn neven.
Je hebt geen wonder ontvangen,
noch heb je er een zien gebeuren,
noch heb Ik jou tekenen van macht gegeven, zoals Ik heb gedaan,
en zoals Filippus, Nathanaël en Simon Zeloot, Thomas en Judas zagen.
Je werd niet onderworpen aan Mijn wil, zoals Levi, de tollenaar.
En toch riep jij uit: "Dit is de Christus!"
Vanaf het eerste uur dat jij Mij zag, geloofde je,
en jouw geloof is nooit aan het wankelen gebracht.
Dáárom heb Ik jou Kefas genoemd.
En dáárom zal Ik op jou, o Rots, Mijn Kerk bouwen,
en de poorten van de hel zullen haar niet overwinnen.
Aan jou zal Ik de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen geven.
En wat jij op aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn.
En wat jij op aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn,
O trouwe en wijze man, van wie Ik het hart heb kunnen proeven.
En hier, vanaf dit moment, ben jij het hoofd,
aan wie gehoorzaamheid en respect betoond moet worden,
als aan een andere Mij.
En zo verkondig Ik het voor jullie allen!'
Reacties
Een reactie posten