Posts

Er worden posts getoond met het label paus

zware storm op komst, ziet Petrus

Afbeelding
428.5 M. Valtorta: "Mediteer nu hierover, en rust tot zonsondergang,  terwijl Ik me terugtrek om te bidden." "Nee, Meester. We mogen niet langer wachten om op weg te gaan naar de huizen gaan!" zegt Petrus. "Maar waarom? Er is nog tijd tot zonsondergang!"  zeggen velen. "Ik denk niet aan zonsondergang, noch aan de sabbat.  Ik denk dat er binnen een uur een hevige storm zal komen.  Zie je die zwarte wolken langzaam oprijzen uit de bergen van Samaria?  En die witte wolken die snel uit het westen komen?  Een harde wind drijft deze voort, een zachte wind een andere.  Maar als ze hier zijn, zal de harde wind plaatsmaken voor de sirocco,  en de zwarte wolken, allemaal hagel, zullen neerdalen en de witte wolken, vol bliksem, treffen,  en je zult horen wat een muziek!  Kom op, schiet op!  Ik ben een visser en ik lees de hemel!" Jezus is de eerste die gehoorzaamt,  en snel gaat iedereen op weg naar de akkers in de vlakte...' 4 mei 1946

Petrus vraagt om ondersteuning in zijn rol als leider, en om liefdevolle bejegening van Judas

Afbeelding
410.3 M. Valtorta: '"Oef! Ik heb meer gezweet tijdens het praten met hem dan tijdens het lopen... Wat een temperament! Maar kunnen we ooit iets van hem verwachten?" "Nooit, Simon. Mijn neef staat erop hem te houden. Maar... er zal nooit iets goeds uit voortkomen," antwoordt Judas Thaddeüs. "Het is pijn die we mooi onszelf aandoen!" mompelt Andreas, en hij besluit: "Johannes en ik zijn er bijna bang voor,  en wij zwijgen altijd, uit angst voor weeral ruzies." "Dat is inderdaad de beste manier," zegt Bartholomeüs. "Ik kan niet zwijgen," bekent Thaddeüs. "Ik ben er ook slecht in...  Maar ik heb een geheim ontdekt!" zegt Petrus. "Wat? Wat? Leer het ons!...", zeggen ze allemaal. "Door als een os aan de ploeg te wérken. Een nutteloze taak, misschien... Maar eentje die me helpt om mijn woede te uiten op... iets anders dan Judas!" "Ah! Ik begrijp het! Daarom heb jij die bomen op de weg naar bened...

Petrus corrigeert Judas: even apart lopen, jij

Afbeelding
410.2 Maria Valtorta: 'Maar Petrus is zijn geduld kwijt en zegt met knarsende tanden en gebalde vuisten: "Luister, jongen. Eén ding is goed om tegen jou te zeggen:  ga even apart zitten..." "Ik? Apart zitten? Op jouw bevel? Alleen de Meester kan mij bevelen, en ik gehoorzaam Hem alleen. Wie ben jij? Een arme..." "Visser, onwetend, onbeschaafd, nietsnut... Je hebt gelijk...Dat zeg ik liever tegen mezelf dan dat jij het zegt. En voor onze alomtegenwoordige en alziende Jehovah getuig ik, dat ik liever de laatste dan de eerste zou zijn. Getuig ik dat ik jou, ieder ander, liever in mijn positie zou zien, maar jou meer dan wie ook, opdat je bevrijd zou worden van het monster van jaloezie  dat je onrechtvaardig maakt, en alleen nog maar jou zou moeten gehoorzamen,  jou gehoorzamen, mijn jongen... En geloof me, dat het mij minder moeite zou kosten dan met jou te moeten praten als... eerste. Maar Hij, de Meester, heeft mij 'eerste' onder jullie gemaakt... En...

medeplichtigen Sanhedrin bij leven al verdoemd

Afbeelding
- foltering in Iran (2025) - 376.10 M. Valtorta: '"En over Hem is er niet gesproken?" vraagt ​​Lazarus, wijzend naar Jezus. "O ja! Vóór al het andere. Er waren mensen die beweerden dat U het koninkrijk Israël 'miserabel' hebt genoemd. En daarom werd U een godslasteraar genoemd. Heiligschenner... Want het koninkrijk Israël is van God!" "O ja?! En hoe kon die van de hogepriester dan een maagdenverkrachter genoemd worden? De ontheiliger van zijn ambt? Antwoord!" vraagt ​​Jezus. "Hij is de zoon van de Opperste Priester. Want het is Annas die daar altijd de ware koning is!" zegt Joachim, geïntimideerd door Jezus' imposante verschijning, die voor Hem staat, lang en staande, met Zijn arm uitgestrekt... "Ja. De koning van de corruptie! En willen jullie dat Ik ze niet 'miserabel' noem, een land waar we een smerige en moorddadige Tetrarch hebben, een opperpriester die medeplichtig is aan verkrachting en moord?..." "Mi...

wat Petrus tot 'Rots van de Kerk' maakt

Afbeelding
CCCXLIII PRIMAATSCHAP VAN SIMON PETRUS 343.5 Maria Valtorta: '"En jullie, wie zeggen jullie dat ik ben? Spreek voor jezelf, zonder rekening te houden met Mijn woorden, of die van anderen. Als je gedwongen zou worden Mij te beoordelen, wie zou je dan zeggen dat Ik ben?" "Jij bent de Christus, de Zoon van de levende God!" roept Petrus, knielend, met zijn armen omhoog uitgestrekt naar Jezus, die hem aankijkt met een stralend gezicht en zich voorover buigt om hem op te tillen en te omarmen, zeggende: "Jij zalige, Simon, zoon van Jona! Want vlees noch bloed hebben jou dit geopenbaard, maar Mijn Vader, die in de hemel is! Vanaf de eerste dag dat je tot Mij kwam, stelde jij je deze vraag, en omdat je eenvoudig en eerlijk was, kon je het antwoord, dat uit de hemel tot je kwam, begrijpen en aanvaarden. Je hebt geen bovennatuurlijke wonderen gezien, zoals je broeders Johannes en Jakobus. Je hebt Mijn heiligheid niet gekend, als zoon, als arbeider, en als burger, zoal...

farizeeën eisen teken - Jezus toont gestenigde hand

Afbeelding
342.6 Maria Valtorta: 'Een spottende lach en geschreeuw klinken van achter in de synagoge. De mensen protesteren; de synagoge-overste, wiens ogen zelfs gesloten zijn, zozeer geconcentreerd op het luisteren naar Jezus, staat op en gebiedt stilte, en dreigt de onruststokers eruit te zetten. "Laat hen maar hun gang gaan. Nodig hen uit om hun tegenspraak te presenteren!" zegt Jezus met luide stem. "O! Goed! Dat is goed! Laat ons dichterbij komen! Wij willen U ondervragen!" roepen de tegenstanders ironisch. "Kom! Laat hen passeren, jullie van Kedesh." En de menigte, met vijandige blikken en grimassen – en een paar beledigingen ontbreken niet – laat hen naar voren komen. "Wat willen jullie weten?" vraagt ​​Jezus streng. "Dus U zegt dat U de Messias bent? Bent U daar absoluut zeker van?" Jezus, met Zijn armen over elkaar, kijkt naar degene die met zoveel autoriteit sprak, dat de ironie van de man plots verdwijnt en hij zwijgt. Maar een and...

Antiochië-missie: rol van Satan, geloof en engelen

Afbeelding
325.7 Maria Valtorta: '"Spreek jij maar, Simon. Jij kunt beter spreken dan ik!" zegt Petrus tegen Simon de Zeloot. "Nee. Jij, als goede leider, brengt verslag uit voor iedereen," antwoordt de ander. En Petrus begint, met de inleiding: "Maar jullie, help me!" Hij vertelt op een ordelijke manier tot aan het vertrek uit Antiochië. Dan begint hij het verhaal van de terugreis: "We hebben allemaal geleden, weet Je? Ik zal de laatste stemmen van die twee nooit vergeten..." Petrus veegt met de rug van zijn hand twee grote tranen weg die plotseling over zijn wangen rollen... "Ze klonken als de laatste kreet van een drenkeling... Beuh! Nou, gaan jullie verder... ik kan het niet..." en hij staat op en loopt een klein stukje verder om zijn emoties te bedwingen. Simon Zeloot vertelt: "We hebben lange tijd niet gesproken, niemand... We konden niet spreken... Onze kelen deden zo'n pijn... dat ze opgezwollen waren van het huilen... en we w...

Nicomedes blijkt... zo donker als een Egyptenaar

Afbeelding
319.6 M. Valtorta: '"Daar komt Simon!..." "Alles is geregeld. Laten we gaan..." Ze nemen de kisten op en steken de smalle landtong over naar de andere haven. De ervaren man van Tyrus, begeleidt hen door de steegjes van balen handelswaar, opgestapeld in enorme loodsen, naar het machtige schip van de Kretenzer, dat zich al klaarmaakt voor vertrek, en die de bemanning toeroept om de loopplank te laten zakken. "Onmogelijk! Het laden is voltooid!" roept de bemanningschef. "Hij heeft brieven te overhandigen," zegt de man, knikkend naar Simon van Jona. "Brieven?... Van wie?" "Van Lazarus van Theophilus, de vroegere gouverneur van Antiochië." "Aha! Ik ga naar de kapitein." Simon zegt tegen de andere Simon en tegen Matteüs: "Doen jullie nu maar. Ik ben te lomp om met zo iemand om te gaan..." "Nee. Jij bent de baas, dus doe jij het maar, je doet het goed. Wij helpen je wel als het nodig is. Maar het zal niet...

neef Jakobus zal hoofd zijn van de Kerk van Israël - enkele adviezen

Afbeelding
-Pius X met pauselijke tiara- 259.7 Maria Valtorta: '"Hier is nog een vraag voor Jou. Ik heb er gisteravond over nagedacht. Maar... moet ík degene zijn die tegen mijn metgezellen zegt: 'Ik ben hier de baas'? Dat vind ik niet prettig. Ik doe het wel, als Jij het me opdraagt. Maar ik vind het niet prettig!" "Wees niet bang. De Heilige Geest zal op iedereen neerdalen en zal jullie heilige gedachten geven. Jullie zullen allemaal dezelfde gedachten hebben, tot eer van God in Zijn Kerk." "En zullen er dan nooit meer van die... onaangename discussies zijn zoals nu? Zal Judas van Simon dan geen bron van ongemak meer zijn?" "Nee, maak je geen zorgen. Maar er zal nog steeds verschil van mening zijn. Daarom heb Ik je gezegd: waak en blijf waken, zonder ooit moe te worden, en doe je plicht tot het einde toe." "Nog één vraag, mijn Heer. Hoe moet ik me gedragen in tijden van vervolging? Het lijkt erop, afgaande op wat Je zegt, dat ik de enige ...

eucharistie: eenworden met Christus

Afbeelding
259.6c Maria Valtorta: '"Net zo kunnen jullie nu nog een ander sacrament niet begrijpen. Het is bijna onbegrijpelijk voor de engelen, zo verheven is het. En toch zullen jullie, eenvoudige mensen, het begrijpen door de deugd van geloof en liefde. Voorwaar, Ik zeg jou:  wie dit liefheeft en er zijn geest mee voedt, zal de duivel zonder schade kunnen vertrappen. Want dan zal Ik met hem zijn. Probeer dit te onthouden, broeder. Het zal aan jou zijn om het vele malen aan je metgezellen en de gelovigen te vertellen. Jullie zullen het dan al door goddelijke tussenkomst weten, maar jij zult kunnen zeggen: 'Hij heeft het me op een dag verteld, toen Hij van de Karmel afdaalde. Hij vertelde mij alles, want van dan af was ik voorbestemd om het hoofd van de Kerk van Israël te worden.'"' 21 aug.1945

toekomstig lot van Jakobus van Alfeüs 7

Afbeelding
258.7 M. Valtorta: '"Jakobus, Ik weet dat je het zult doen, maar geef jouw Neef de belofte dat Je me niet zult teleurstellen." "Maar Heer, Heer! Ik heb maar één angst: dat ik het niet kan. Mijn Heer, ik smeek Je, geef deze taak aan een ander!" "Nee. Ik kan het niet..." "Simon, de zoon van Jona, heeft Jou lief, en Jij heeft hem lief..." "Simon, zoon van Jona, is niet Jakobus, zoon van David." "Johannes dan! Johannes, de geleerde engel, maak hem hier tot Jouw dienaar!" "Nee. Ik kan het niet. Noch Simon, noch Johannes bezitten die futiliteit die zo belangrijk is onder mensen: verwantschap. Jij bent Mijn bloedverwant. Na Mij te hebben... na Mij te hebben miskend, zal het beste deel van Israël vergeving zoeken bij God en bij zichzelf, door te proberen de Heer te leren kennen die ze in Satans uur hebben vervloekt, en het zal hun toeschijnen vergeving te hebben ontvangen, en daarmee de kracht om mijn pad te volgen, als een ...

toekomstig lot van Jakobus van Alfeüs 6

Afbeelding
- H. John Henry Newman, 38e Doctor Ecclesiae (Allerheiligen 2025) - 258.6 M. Valtorta: '"Jij zult waken en erop toezien, dat het geloof van de christenen niet ijdel is. Vergeefs zal het zijn als het slechts woorden zijn, en hypocriete praktijken. Het is de Geest die leven geeft. De Geest ontbreekt in mechanische of farizeïsche oefeningen, die slechts een schijn van geloof zijn, en geen waar geloof. Wat baat het de mens om God te prijzen in de samenkomst van gelovigen, als elke daad van hem een ​​vloek is voor God, die de gelovigen nooit voor de gek houdt, maar in Zijn Vaderschap altijd wel Zijn voorrechten als God en Koning bewaart? Waak en zie erop toe dat niemand de plaats inneemt die hem niet toekomt. Het Licht zal door God gegeven worden overeenkomstig de graden die jullie hebben. God zal jullie het Licht niet ontnemen, tenzij de genade in je wordt uitgedoofd door de zonde. Velen zullen zich graag 'leermeester' horen noemen. Er is maar één Leraar: Degen die tot je ...

toekomstig lot van Jakobus van Alfeüs 4

Afbeelding
258.4 M. Valtorta: '"Ik kan het niet, ik kan het niet, Heer! Geef deze taak aan mijn broer. Geef ze aan Johannes, geef ze aan Simon Petrus, geef ze aan de andere Simon. Niet aan mij, Heer! Waarom aan mij? Wat heb ik gedaan om dit te verdienen? Zie Je dan niet dat ik een arme man ben met maar één gave: die van Jou zo graag te willen en vast te geloven in alles wat Je zegt..." "Judas [van Alfeüs] heeft een te sterk temperament. Hij zal het goed doen waar het heidendom moet worden omvergeworpen. Niet hier, waar we diegenen moeten overtuigen van het christendom die, omdat ze al Gods volk zijn, koste wat kost denken gelijk te hebben. Niet hier, waar we al diegenen moeten overtuigen die, ondanks hun geloof in Mij, teleurgesteld zullen zijn, door de loop der gebeurtenissen. Hen moeten overtuigen dat Mijn Koninkrijk niet van deze wereld is, maar het volledig geestelijke Koninkrijk der Hemelen, waarvan de voorbode een christelijk leven is, d.w.z. een leven waarin de overheer...

toekomstig lot van Jakobus van Alfeüs 3

Afbeelding
-Sint-Jakobud 'de rechtvaardige', 1e  bisschop van Jeruzalem- 258.3 Maria Valtorta: '"Ik zal op een dag vertrekken. Zoals alle mensen die een rustperiode op aarde kennen. Mijn pauze zal anders eindigen dan die van de mensen, maar ze zal desalniettemin eindigen, en jullie zullen Mij niet langer dichtbij je hebben, behalve dan met Mijn Geest, die, verzeker Ik je, jullie nooit zal verlaten. Ik zal vertrekken nadat Ik jullie heb gegeven wat nodig is om Mijn leer in de wereld te verspreiden, nadat Ik het offer heb volbracht en voor jullie genade heb verkregen. Daarmee, én met het wijs makende en zevenvoudige vuur, zullen jullie in staat zijn om te doen wat jullie nu waanzin zou lijken en overmoedig om het je zelfs maar voor te stellen. Ik zal vertrekken, en jullie zullen blijven. En de wereld die Christus niet heeft begrepen, zal ook de apostelen van Christus niet begrijpen. Daarom zullen jullie vervolgd en verstrooid worden, als de gevaarlijkste soort voor het welzijn van...

Petrus, vaderlijk, beschermt Ermasteüs en anderen - vaart hárd uit tegen Judas

Afbeelding
-Alexander Tschugguel- -Prof. Roberto dei Mattei- 255.4 Maria Valtorta: "O, maar als ik hem kwaad moet doen, trek ik me terug!" zegt Ermasteüs , zichtbaar gekwetst. "Ik was gekomen met het idee Hem te eren en het juiste te doen." "Je zou Hem pijn doen door om deze reden weg te gaan!" antwoordt Jacobus van Alfeüs. "Ik zal de indruk wekken dat ik van gedachten ben veranderd. Ik zal nu afscheid van Hem nemen en... ik ga weg." "Nee, zeker niet! Jij gaat niet weg. Het is niet goed dat de Meester een goede leerling verliest vanwege de onrust van anderen!" snauwt Petrus. "Maar als hij om zo'n kleinigheid weg wil, is dat een teken dat hij niet zeker is van zijn wil. Laat hem dan maar gaan!" antwoordt Iskariot. -Kardinal Burke- -paus Franciscus bij gevangenen- Petrus verliest zijn geduld: "Ik heb Hem beloofd, toen Hij me Margziam gaf, om voor iedereen een vaderfiguur te worden, en het spijt me dat ik die belofte heb gebroken. ...

met Margziam begint Petrus' heilige vaderschap

Afbeelding
229.3-4 M. Valtorta: '"De bladzijden  uit de Schrift vertellen ons hoeveel goeds voortkomt uit een goede daad. Laten we Tobit gedenken. Hij verdiende het dat de aartsengel zijn zoon Tobias beschermde, en hem leerde hoe hij zijn vader zijn zicht terug kon geven. Hoeveel naastenliefde toch, zonder oog voor winst, had de rechtgeaarde Tobit beoefend, ondanks de verwijten van zijn vrouw, en de gevaren voor zijn eigen leven! En denk aan de woorden van de aartsengel [ Tob.12:8-12 ] : "Gebed is iets goed, als het gepaard gaat met vasten... en aalmoezen geven, is beter dan bergen van gouden schatten op te hopen, want aalmoezen geven bevrijdt iemand van de dood, reinigt iemand van zonde en leidt iemand naar barmhartigheid en eeuwig leven... Toen jij met tranen bad en de doden begroef... toen heb ik jouw gebeden aan de Heer opgedragen." Mijn Simon - voorwaar, Ik zeg jullie - zal de deugden van de oude Tobit vér overtreffen. Hij zal als een voogd van júllie zielen in Mijn Leve...

Jezus voorspelt rol van macht (Petrus) en liefde (Maria)

Afbeelding
207.9 Maria Valtorta: '"Ben je blij, Simon van Jona... dat je niet spreekt en bijna niet ademt?" "Zozeer... zozeer dat ik me buiten de wereld voel, op een plek, nog heiliger dan wanneer ik buiten het Velarium van de Tempel zou zijn... Zozeer zelfs dat... nu ik jou hier en met het licht van die tijd heb gezien... ik beef omdat ik jou behandeld heb, met respect, ja, maar als een grote dame, altijd nog vrouw. Nu... nu zal ik jou niet langer 'Maria' durven noemen zoals voorheen. Vroeger was je voor mij de Moeder van mijn Meester. Nu, nu heb ik je gezien op de top van die hemelse golven, heb ik je gezien als Koningin, en ik, ellendige, doe zó, als de slaaf die ik ben..." en hij werpt zich op de grond en kust Maria's voeten. Jezus spreekt nu: "Simon, sta op. Kom hier, heel dicht bij Mij." Petrus gaat naar Jezus' linkerzijde, want Maria is aan zijn rechterzijde. "Wat zijn we nu?" vraagt ​​Jezus. "Wij? Maar wij zijn Jezus, Maria ...