Judas vindt 'melaatse muren' (tzaraath) achterhaald




369.5

Maria Valtorta:

'"Wat voor goede dingen vertellen jullie elkaar? Niets voor ons?"

vragen de andere apostelen die, gezien de breedte van de weg, bij Jezus kunnen komen.


"Wij hebben over veel dingen gesproken!

Jezus vertelde mij een gelijkenis over de melaatsheid van huizen.

Die zal ik jullie later navertellen!" antwoordt Petrus.


"Wat een bijgeloof! Echt typerend voor die tijd. Muren krijgen geen melaatsheid.

Die mensen uit de oudheid schreven, op een dwaze manier, dierlijke eigenschappen toe

aan kleding en aan muren. Ridicule dingen, die ons belachelijk maken,"

doceert Iskariot.


"Het is niet zoals jij zegt, Judas.

Onder de uiterlijke verschijning,

die voldeed aan de behoeften van de mensen in die tijd,

schuilt een groot doel, gevormd uit heilige vooruitziendheid.

Net als zovele andere voorschriften van het oude Israël.

Voorschriften gericht op de gezondheid van het volk.

Het is de plicht van wetgevers om een ​​gezond volk te bewaren.

Het is God eren en Hem dienen, omdat het volk bestaat uit Gods schepselen.

Daarom mag het niet worden verwaarloosd, net zoals dieren en planten niet worden verwaarloosd.


De huizen die melaats werden genoemd,

hebben weliswaar niet de lichamelijke ziekte van melaatsheid.

Maar ze hebben gebreken in de constructie en de locatie die hen ongezond maken

en die zich openbaren door vlekken die 'melaatsheid van de muren' worden genoemd.

Op de lange termijn worden die huizen niet alleen ongezond voor de mens, 

maar ook gevaarlijk omdat ze kunnen instorten.

Daarom schrijft de Wet terecht voor, dat ze verlaten en herbouwd moeten worden, 

en zelfs vernietigd als ze, eenmaal herbouwd, opnieuw ziek blijken te zijn."



"O! Maar een beetje vocht! Wat maakt dat nou uit? 

Het droogt op met wat vuurpotten."


"En het vocht is dan niet meer aan de buitenkant te zien.

De misleiding neemt toe, het vocht dringt diep vanbinnen door

en knaagt, en op een dag stort het huis in,

en begraaft al degenen die erin zijn.

Judas, Judas!

Het is beter om overdreven waakzaam te zijn

dan roekeloos!"


"Ik ben geen huis."

"Jij bent het huis van je ziel. 

Laat het kwaad jet huis niet binnendringen en doen instorten...

Waak over de veiligheid van je ziel.

Wees waakzaam, jullie allemaal!"



"Ik zal waakzaam zijn, Meester. 

Maar zeg me eens eerlijk, ben Jij onder de indruk van de woorden van mijn moeder?

Die vrouw is ziek. Ze ziet schaduwen. Ik moet haar laten behandelen.

Genees haar voor mij, Meester!"


"Ik zal haar troosten.

Maar alleen jij kunt haar genezen, haar angst verzachten."


"Ongegronde angst. Geloof het, Heer!"


"Des te beter, Judas. Des te beter.

Maar zorg jij er, met steeds rechtvaardiger gedrag, voor dat ze ongedaan wordt gemaakt. 

Als ze is ontstaan, moet er een motief zijn geweest.

Wis ook de herinnering daaraan uit,

en je moeder en Ik zullen je zegenen."'


25 jan.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken