Magdalena en Jezus in de tuin bij de fontein
377.3
M. Valtorta:
'Jezus keert terug naar buiten in de koele, schaduwrijke tuin.
Hij draagt alleen zijn donkerblauwe gewaad.
Zijn mantel, zorgvuldig opgevouwen door Maria,
blijft op een kist in de kamer liggen.
Maria gaat mee naar buiten.
Ze lopen over goed onderhouden paden, tussen bloemperken,
naar de vijver die eruitziet als een spiegel die in het groen is gevallen.
Het kristalheldere water wordt nauwelijks her en der onderbroken
door het zilverachtige gespetter van een paar vissen
en de fijne nevel van een dunne, hoge, centrale straal.
Er staan zitjes bij de grote vijver die eruitziet als een meertje,
waaruit kleine irrigatiekanaltjes vertakken.
Ik denk dat een ervan de vijver van water voorziet,
terwijl de andere, kleinere, afwateringskanalen voor de irrigatie zijn.
Jezus gaat zitten op een zitje, vlakbij de rand van de vijver.
Maria zit aan zijn voeten, op het groene, goed onderhouden gras.
In het begin spreken ze niet.
Jezus geniet zichtbaar van de stilte en de rust in de koele tuin.
Maria kijkt met plezier naar Hem.
Jezus speelt met het heldere water van het bassin.
Hij doopt Zijn vingers erin, kamt het, verdeelt het in vele kleine stroompjes
en laat dan Zijn hele hand in die pure frisheid zakken.
"Wat is dit heldere water toch mooi!" zegt Hij.
En Maria: "Vind Je het zo mooi, Meester?"
"Ja, Maria. Omdat het zo helder is.
Kijk. Er is geen spoor van modder te bekennen.
Er is water, maar dat is zo puur dat het niets lijkt te zijn,
alsof het geen element is, maar een geest.
Onderaan kunnen we de woorden lezen
die de kleine visjes spreken..."
"Zoals men leest op de bodem van zuivere zielen.
Nietwaar, Meester?"
En Maria zucht
met een heimelijk gevoel van spijt.'
Reacties
Een reactie posten