biecht op, Judas, en je zult de Bruid van de Bruidegom, de koning van het feestmaal, zijn
406.5
Maria Valtorta:
'Judas, huil niet. Waarom huil je?
Als er geen spijt in je hart is voor je moeder en Mij, waarom huil je dan zo?
Kom hier, leg je hoofd op Mijn schouder en vertel je Vriend over je verdriet.
Heb je gefaald? Heb je het gevoel dat je bijna gefaald hebt?
O! Wees niet alleen! Overwin Satan met de hulp van hen die van je houden.
Ik ben Jezus, Judas. Ik ben de Jezus die ziekten geneest en demonen uitdrijft.
Ik ben de Jezus die redt... en die zoveel van je houdt, die bedroefd is je zo zwak te zien.
Ik ben de Jezus die jullie leert zeven maal zeventig keer te vergeven.
Maar Ik, Ik uit Mijzelf, vergeef jullie niet zeven maal zeventig,
maar zevenhonderd maal, zevenduizend maal zeven...
En er is geen schuld, Judas, er is geen schuld, Judas, er is geen schuld, Judas,
die Ik niet vergeef, die Ik niet vergeef, die Ik niet vergeef,
als de schuldige, vol berouw, tot Mij zegt:
'Jezus, ik heb gezondigd.'
Minder nog, als hij alleen maar zegt: 'Jezus!'
Nog minder, als hij Mij alleen maar smekend aankijkt.
En de eerste zonden die Ik vergeef,
weet je, vriend, aan wie Ik die vergeef?
Aan de meest schuldigen en aan de meest berouwvollen.
En de allereerste van de eerste die Ik vergeef,
weet jij welke dat zijn?
Die tegen Mij begaan zijn.
Judas!...
Kun je geen woord als antwoord vinden voor je Meester?...
Is je angst zo groot dat je niet meer kunt spreken?
Ben je bang dat Ik jou zal aangeven?
Wees niet bang!
Ik heb er lang naar verlangd om zo met jou te spreken,
jou dicht tegen Mijn hart te houden, als twee broers die in één wieg geboren zijn,
uit één geboorte, bijna één vlees, twee die de warme tepels hebben gedeeld
en de smaak van broederlijk speeksel hebben geproefd,
samen met de zoetheid van de moedermelk.
Nu heb Ik je en laat jou niet gaan,
tot je Me vertelt dat Ik jou genezen heb.
Wees niet bang, Judas.
Het is een bekentenis die Ik verlang.
Maar je metgezellen zullen denken dat het een liefdesgesprek is,
zo stralend zullen onze gezichten zijn van wederzijdse vrede,
van wederzijdse Liefde, na dit gesprek.
En Ik zal er hen nog meer van overtuigen,
door jou vanavond tijdens het diner tegen Mijn borst houden,
Mijn eigen brood in jouw mond te dopen
en het jou met voorliefde aan te bieden,
en Ik zal jou het eerst de beker geven,
nadat Ik God heb gedankt.
Jij zult de koning van het feestmaal zijn, Judas.
En dat zul je ook écht zijn.
Jij zult de Bruid van de Bruidegom zijn, o ziel die Ik liefheb,
als je jezelf rein en vrij maakt, en je stof neerlegt
in Mijn reinigende boezem/schoot.'
Reacties
Een reactie posten