dit zijn geen woorden voor een koning, vindt Judas
399.5
Maria Valtorta:
'"Heer, wat bedoelde U?
U sprak met kreten van triomf en kreten van pijn!" zeggen sommige burgers.
"Ja. Als iemand die weet dat hij omringd is door vijanden!" zeggen anderen.
"En U wel lijkt te zeggen dat wij dat ook zullen zijn!" weer anderen.
"Wat brengt morgen U, o Heer?" nog anderen.
"De Glorie!" roept Judas van Kerioth.
"De dood!" zucht Elise,
terwijl ze huilt.
"De verlossing! De vervulling van Mijn missie.
Niet vang zijn. Niet huilen. Heb Mij lief!
Ik ben blij dat Ik de Verlosser ben.
Kom, Elise, laten we naar jouw huis gaan..."
En Hij gaat als eerste op weg,
zich een weg banend door de menigte,
die in beroering is door tegenstrijdige emoties.
"Maar waarom, Heer, altijd weer deze toespraken?!"
Judas moppert, vragen stellend en verwijtend.
En voegt eraan toe: "Dat zijn niet die van een koning."
Jezus antwoordt hem niet.
In plaats daarvan reageert hij op Zijn neef Jakobus,
die Hem met tranen in de ogen vraagt:
"Waarom citeer je, bij je afscheidswoorden,
altijd passages uit de Bijbel, neef?"
"Zodat zij die Mij beschuldigen niet zullen zeggen, dat Ik aan het razen en lasteren ben,
en zodat zij die weigeren zich over te geven aan de werkelijkheid, zullen begrijpen
dat de Openbaring Mij altijd heeft getoond als Koning
van een niet-menselijk koninkrijk, dat is ontworpen/bedacht,
en wordt gebouwd en versterkt door de zelfverbranding van het Slacht-offer,
het enige Slacht-offer dat het Koninkrijk der Hemelen kan herstellen,
dat door Satan en onze eerste ouders is vernietigd.
Hoogmoed, haat, leugens, lust, ongehoorzaamheid, hebben het vernietigd.
Nederigheid, gehoorzaamheid, liefde, zuiverheid, opoffering, zullen het herbouwen...
Niet huilen, mevrouw.
Zij die jij liefhebt, en die wachten,
zúchten naar het uur van Mijn offergave..."'
Reacties
Een reactie posten