Eliseo behoort, na reiniging, voortaan de Heer toe

391.6

Maria Valtorta:

'Jezus spreekt: "Zoon van Abraham en van de Vader in de hemel, luister!

Wat jouw rechtvaardige vader je heeft geprofeteerd, wordt vervuld.

De Heiland is hier, en met Hem jouw vrienden uit Engedi,

en de apostelen van de Messias, allen gekomen

om zich te verheugen over jouw opstanding.

Kom zonder vrees! Kom tot bij de kloof,

en Ik zal ook komen, en Ik zal jou aanraken, 

en je zult gereinigd worden.

Kom zonder vrees naar de Heer

die jou liefheeft!"


De takken wijken weer uiteen,

en de melaatse kijkt angstig naar buiten.

Hij kijkt naar Jezus, een witte gestalte

die over het gras van het plateau loopt,

en stilstaat aan de rand van de afgrond...


Hij kijkt naar de anderen...

en vooral naar zijn oude vader

die, alsof hij betoverd is, Jezus volgt met uitgestrekte armen,

zijn ogen gericht op het gezicht van zijn melaatse zoon.


Die komt naar voren, gerustgesteld.

Zwaar hinkend door de wonden aan zijn voeten...

strekt hij zijn armen uit, met zijn verrotte handen...


Hij komt voor Jezus...

Hij kijkt hem aan...


En Jezus strekt Zijn prachtige handen uit,

slaat Zijn ogen op naar de hemel, keert in Zichzelf,

lijkt al het licht van de oneindige sterren in Zich te verzamelen,

en de zuiverste pracht ervan te laten schijnen op het onreine, verrotte, slappe vlees,

dat door de fakkels, die gezwaaid worden om meer licht te werpen,

nog afschuwelijker lijkt, in het rode licht van de brandende takken.


Jezus buigt zich over de kloof,

raakt met Zijn vingertoppen de melaatse vingertoppen aan

en zegt: "Ik wil!"

En Hij zegt het met een glimlach van onbeschrijflijke schoonheid.

Hij herhaalt: "Ik wil!"

Nog twee keer.


Hij bidt

en gebiedt met dat woord...

Dan stapt Hij achteruit, doet een stap terug,

opent Zijn armen in de vorm van een kruis, en zegt:


"En als je straks gereinigd bent, predik dan de Heer,

want je behoort Hem toe.

Herinner je dat God je heeft liefgehad,

omdat je een goede Israëliet was,

en een goede zoon.

Neem een ​​vrouw en kinderen,

en voed ze op voor de Heer.

Zie, je bitterste bitterheid zal worden uitgewist.

Prijs God en word gezegend!"


Dan draait hij zich om en zegt:

"Jullie met de fakkels! Kom naar voren,

en zie wat de Heer kan doen voor hen die het verdienen."


Hij laat Zijn armen zakken, die,

zo opengespreid en gehuld in Zijn mantel,

het zien van de melaatse belemmerden,

en Hij stapt weg.'


22 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken