Engedi, opmerkelijke oase in Dode-Zeelandschap

CCCLXXXIX

AANKOMST IN ENGEDI

MET 10 APOSTELEN

389.1

Maria Valtorta:

'De pelgrims, hoewel ze moe zijn van de lange mars,

wellicht in twee etappes, van zonsonder- tot zonsopgang, over vast geen makkelijke paden, 

kunnen niet anders dan kreten vol bewondering uitroepen, wanneer ze zich, 

na het laatste stuk weg te hebben afgelegd, langs een kust die oplicht

als diamanten in de eerste ochtendzon,

aan beide oevers geconfronteerd zien

met een compleet panorama

over de Dode Zee.


Terwijl de westelijke oever een kleine vlakte laat tussen de Dode Zee en de heuvels,

die, hoe laag ze ook zijn, lijken op de laatste golf van het Judese gebergte

—golf die zich voortbewoog, op de desolate kust, en daar bleef, prachtig groen, 

nadat ze de kale woestijn tussen zichzelf en het dichtstbijzijnde Judese gebergte had geplaatst—

heeft de oostelijke oever daarentegen bergen die bijna loodrecht in het Dode Zee-bekken afdalen.


Men krijgt werkelijk de indruk dat het land, 

tijdens een verschrikkelijke aardbeving, zo abrupt is ingestort, 

waardoor verticale scheuren in het meer zijn ontstaan,

waaruit stromen van wisselend water naar beneden vloeien, 

bestemd om te verdampen tot zout

in het donkere, vervloekte, water

van de Dode Zee.


Achter, voorbij het meer en de eerste bergkam,

stijgen steeds meer bergen op, prachtig in de ochtendzon. 

In het noorden de blauwgroene monding van de Jordaan,

in het zuiden bergen die het meer omringen.


Een schouwspel van plechtige grandeur, droevig en vermanend,

waarin de vage contouren van de bergen samensmelten met het donkere van de Dode Zee, 

die met haar verschijning lijkt te herinneren aan de macht van de zonde

en de macht van de toorn van de Heer.


Zo'n uitgestrekte watermassa is angstaanjagend,

zonder een zeil, een boot, een vogel, een dier om erdoorheen te ploegen, 

eroverheen te vliegen of van de oevers te drinken!







En in tegenstelling tot de meedogenloze aanblik van de zee,

zijn er de wonderen van de zon op de heuvels en duinen, zelfs op het woestijnzand,

waar de zoutkristallen de aanblik aannemen van kostbare jaspis, verspreid over het zand...

op de stenen, op de stijve stengels van woestijnplanten... 

alles transformerend in schoonheid

door de diamantachtige laag

die alles bedekt.


En, nog wonderbaarlijker, de vruchtbare aanblik 

van een plateau zo'n honderdvijftig meter boven zeeniveau,

prachtig begroeid met palmbomen en allerlei soorten planten en klimplanten,

waarover blauw water stroomt en een prachtige stad zich uitstrekt, 

omgeven door weelderig landschap.


Het lijkt, wanneer de blik dwaalt van het donkere aspect van de zee,

van de geteisterde oostkust, die slechts een droevige vrede onthult 

in een lage, groene strook land die in zuidoostelijke richting de zee in steekt...

van de desolate Judese woestijn, van de strenge Judese bergen,

naar deze zo lieflijke, glimlachende en bloemrijke plek... 

dat een koortsachtige nachtmerrie wordt verbrijzeld

en getransformeerd in een zoete visie van vrede.'


20 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken