Johannes en Andreas brengen lekkere vruchten
404.3
Maria Valtorta:
'Johannes en Andreas komen terug met wat kleine vruchten, blijkbaar frambozen of aardbeien, maar donkerder, bijna als onrijpe bramen, en ze bieden ze de Meester aan:
"Die vind Jij lekker! We hebben ze gisteravond gezien, en zijn ze voor Jou gaan plukken. Eet ze op, Meester. Ze zijn lekker!"
Jezus streelt de twee goede jonge apostelen, die Hem hun vruchten aanbieden op een groot blad dat in de beek is gewassen, en die Hem, meer nog dan de vruchten, hun liefde aanbieden. Hij kiest de mooiste kleine vruchten uit, en geeft er aan iedereen wat, die ze met hun brood opeten.
"We hebben melk voor Jou gezocht. Maar er is nog geen herder..." verontschuldigt Andreas zich.
"Dat maakt niet uit. Laten we snel gaan, zodat we in Emmaüs zijn voor de grote hitte toeslaat."
Ze gaan, en die met de grootste eetlust eten het meest,
lopend door de koele vallei die steeds breder wordt
en uiteindelijk uitkomt op een vruchtbare vlakte
waar de oogsters al aan het werk zijn.
"Ik wist niet dat Nicodemus landgoed in Emmaüs had!" merkt Bartholomeüs op.
"Niet in Emmaüs. Er voorbij. Velden van familie, die hij van hen heeft geërfd..." legt Jezus uit.
"Wat een prachtig landschap!" roept Thaddeüs uit.
Inderdaad, het is een zee van gouden korenaren
afgewisseld met dromerige boom- en wijngaarden, die al een overvloed aan druiven beloven.
Dankzij de nabijgelegen bergen, die in de maanden dat irrigatie het hardste nodig is honderden beekjes aanvoeren, en ongetwijfeld ook voorzien van ondergrondse waterbronnen, is het een waar agrarisch paradijs.
"Hmm! Het is nog mooier dan vorig jaar!" murmelt Petrus.
"Hier is tenminste water en fruit..."
"De Saronvlakte is nog mooier!" antwoordt de Zeloot.
"Maar is dit niet al de Saronvlakte?"
"Nee. Die komt na deze. Maar deze is er al door aangestoken..."
De twee apostelen beginnen met elkaar te praten,
en nemen een kleine afstand.'
Reacties
Een reactie posten