jongeman roept preek van Jezus om
390.2
Valtorta:
'Kijk, daar is de eerste boer
die terugkeert van zijn werk
op een kleine grijze ezel!
Om zich te beschermen tegen de vliegen,
heeft de man zijn ezel bedekt met een deken van jasmijntakken,
en zo loopt hij dan, dravend, met zijn oren en belletjes schuddend
te midden van het wuivende, geurige gordijn van takken.
De man kijkt en zwaait.
De jongen zegt:
"Kom naar het grote plein!
Je zult de Rabbi horen die bij me is!"
En daar is een kudde schapen
die de straat binnen komt, vanaf een klein plein,
waarachter een landelijk landschap te zien is.
Ze schuren tegen elkaar aan, zetten hun pootjes waar de ander ze neerzet,
allen met gebogen hoofden, alsof hun hoofden te zwaar zijn
voor hun dunne nekken, vergeleken met hun dikke lichamen,
dravend met hun vreemde tred en hun dikke lichamen
die eruitzien als bundels die op vier stokken rusten...
Jezus, Johannes en Petrus doen de man die bij hen is na
en leunen tegen de warme muur van een huis om de kudde door te laten.
Een man en een jongen volgen de kudde.
Ze kijken en groeten.
De jongeman zegt:
"Breng de schapen naar binnen
en kom naar het grote plein, met je familie.
De Rabbi van Galilea is hier! Hij spreekt tot ons."
En daar is de eerste vrouw die naar buiten komt,
omringd door een heleboel kinderen, op weg naar wie weet waar.
De jongeman zegt:
"Kom met Johannes en jouw zonen mee
om te luisteren naar de Rabbi, die ze de Messias noemen!"
De huizen gaan geleidelijk open in de vallende avond,
waardoor glimpen zichtbaar worden van groene tuinen of stille binnenplaatsen.
waar duiven hun laatste maaltijd nuttigen.
De jongeman steekt zijn hoofd door elk van de open deuren en roept:
"Kom en luister naar de Rabbi, de Heer!"'
Reacties
Een reactie posten