leren wachten, je plek afstaan, leren helpen...
396.6
M. Valtorta:
'Jezus is omringd door een groep kinderen.
Ze staan voor Hem, aan Zijn zijde, op Zijn schouders, tussen Zijn benen...
Hij kan zich niet bewegen. Maar Hij lacht te midden van die onrustige
en zelfs ietwat ruzieachtige groep.
Ze willen allemaal de eerste plaats,
en de kleine baasjes van het huis zijn niet van plan die op te geven,
wat Jezus de gelegenheid geeft om opnieuw leraar te zijn:
"Jullie mogen niet egoïstisch zijn, ook niet in goede dingen.
Ik weet dat jullie van Mij houden, en ik verheug Me erover.
Ik hou ook van jullie, maar Ik zal nog meer van je houden
als jullie nu ook anderen tot Mij laten komen.
Ieder een beetje. Als goede broertjes.
Jullie zijn allemaal broers en zusjes,
en gelijk in de ogen van God
en van Mij.
Allemaal gelijk.
En zij die gehoorzaam en liefdevol zijn jegens hun medemensen,
zijn het meest geliefd bij Mij en bij God!"
De groep,
om te laten zien dat ze... gehoorzaam en liefdevol zijn,
lopen plots allemaal weg. Ze zijn allemaal braaf (!)...
Jezus lacht.
Maar dan keert het onschuldige volkje terug.
Ze keren terug... ondanks de moeders,
die zo'n respectloze opdringerigheid liever niet zien,
en vooral ondanks de discipelen.
Iskariot is het meest onverzettelijk, Johannes het minst.
Hij zit in het gras en lacht eveneens, omringd door kinderen.
Maar Judas fronst en moppert.
Petrus klaagt ook.
Maar de kinderen, die zich rond Jezus verdringen, trekken zich er niets van aan.
Ze kijken de mopperaars uitdagend aan, en alleen Jezus' respect weerhoudt hen ervan
om grimassen naar de twee te trekken.
Ze voelen zich beschermd door Jezus,
die Zijn armen heeft geopend en zoveel mogelijk kinderen tot Zich heeft getrokken:
als een boeket levende bloemen.
Sommige kinderen laten Jezus wat speelgoed zien... kapot.
En Jezus zet, met een takje, de as weer op de wielen van een kar,
en repareert met een stuk touw en een stuk hout de poot van een houten paard,
dat een klein zwart mannetje Hem aanwijst.
Er zijn herderskinderen die,
nadat ze hun kudde even op de weg hebben achtergelaten
– het begint inmiddels avond te worden –
naar Jezus toe komen.
Hij aait hen en zegent hen.
Een van hen brengt hem een gewond lam.
Jezus, die niet wil dat zijn vriendje door zijn meester berispt wordt,
stelpt het bloed van het lam, en geeft het terug.'
Reacties
Een reactie posten