na afscheidswoorden van Chusas, beseft Judas dat zijn intrige aan het licht kwam
402.2
Maria Valtorta:
'Jezus spreekt nu, enigszins afgezonderd, tot Chusas.
Ik weet niet wat hij tegen hem zegt, want ze spreken in fluisterstem. Maar ik zie Chusas diep buigen en geruststellende woorden spreken, terwijl hij zijn rechterhand op zijn borst legt, alsof hij wil zeggen: "Bij mijn woord, wees ervan verzekerd dat het namens mij zal gebeuren!" etcetera.
De apostelen hebben zich discreet in een hoek verzameld, maar niemand kan beletten dat ze toekijken. En terwijl het gelaat van Petrus en Bartholomeüs de uitdrukking vertoont van mensen die al weten wat er aan de hand is, tonen de gezichten van de anderen - behalve Judas - slechts bezorgdheid, ze hebben een bedroefde uitdrukking, vooral de gezichten van Jakobus van Alfeüs, Johannes, Simon en Andreas.
Terwijl Judas van Alfeüs haast angstig en gespannen lijkt, kijkt de andere Judas, die onverschillig wil overkomen, aandachtiger dan wie ook, en lijkt te proberen uit de gebaren van hun handen en lippen te ontcijferen wat Jezus en Chusas zeggen.
De vrouwelijke discipelen, zwijgend en respectvol, observeren hen eveneens, en Johanna heeft onwillekeurige een glimlach, wat ironisch in haar verdriet, en ze lijkt medelijden te hebben met haar man wanneer die, aan het einde van het gesprek, zijn stem verheffend, verkondigt:
"Mijn dankbaarheid is zo groot dat ik die nooit kan terugbetalen. Daarom geef ik U wat mij het meest dierbaar is: mijn Johanna... Maar U moet mijn vooruitziende liefde voor haar begrijpen... Herodes' woede... zijn legitieme zelfverdediging... zou zijn woede hebben geuit tegen onze bezittingen, tegen... tegen onze macht... en Johanna is aan deze dingen gewend, ze is teer... ze heeft het nodig... ik bescherm haar belangen... Maar ik zweer U dat, nu ik zeker weet dat Herodes mij niet zal minachten als was ik als zijn dienaar medeplichtig aan dienst van de vijand, ik niets anders zal doen dan U met absolute vreugde te dienen en Johanna volledige vrijheid te schenken..."
"Goed. Maar onthoud, dat het verruilen van eeuwige zegeningen voor een vluchtige menselijke eer hetzelfde is als het verruilen van je geboorterecht voor... een kom linzen. En nog veel erger..."
De vrouwelijke discipelen hebben deze woorden gehoord. Maar de apostelen ook. En hoewel ze voor de meesten klinken als een academisch betoog, ontwaart Judas van Keriot er een bijzondere ondertoon in, waardoor zijn kleur en uitdrukking verandert, terwijl hij Johanna ontzet en geïrriteerd aankijkt...
Ik heb daarom het gevoel dat Jezus tot nu toe níet heeft gesproken over wat er is gebeurd, en dat Judas nu pas het eerste vermoeden krijgt, dat zijn spel is uitgespeeld.'
Reacties
Een reactie posten