Nicodemus zorgt goed voor zijn boeren
CDVII
OP HET PLATTELAND VAN NICODEMUS
GELIJKENIS VAN DE TWEE ZONEN
407.1
Maria Valtorta:
'Daar komt Jezus, op een frisse dageraad.
En dit vruchtbare platteland van de goede Nicodemus is prachtig in dit eerste zonlicht.
Prachtig, ondanks het feit dat veel velden al gemaaid zijn en de vermoeide aanblik tonen van velden na de dood van de graankorrels die, in gouden schoven, of nog steeds als lijken op de grond liggend, wachten om naar de dorsvloeren gedragen te worden.
En met hen sterven de stervormige en saffierblauwe korenbloemen, de paarse leeuwenbekjes, de kleine bloemkronen van het schaafkruid, de vergankelijke kelkblaadjes van de klokjesbloemen, de glimlachende stralen van kamille en madeliefje, de felle klaprozen en de honderd andere bloemen die, in stervorm, in pluimen, in trossen, in stralen, ooit glimlachten waar nu de stoppels geel zijn.
Maar om het verdriet van het land dat van zijn graan is beroofd te verzachten, zijn daar de takken van de fruitbomen, steeds feestelijker naarmate het fruit groeit en een levendige kleur krijgt, en die op dit uur glanzen met een diamantachtige laag dauw, nog niet verbrand door de zon.
De boeren zijn al aan het werk.
Blij dat het zware werk van de oogst bijna voorbij is. En ze zingen terwijl ze maaien en lachen vrolijk, elkaar aanmoedigend om te zien wie het snelst en meest bedreven is, in het hanteren van de sikkel of het binden van de schoven...
Menigten en menigten goed doorvoede boeren, blij om voor hun goede meester te werken. En aan de rand van de velden, of achter de manden, kinderen, weduwen en oude mannen, wachtend om te aren te verzamelen, wachtend zonder angst, want ze weten dat er genoeg zal zijn voor iedereen, zoals altijd.
"In opdracht van Nicodemus..."
zoals een weduwe uitlegt aan Jezus, die haar ondervraagt.
"Hij zorgt ervoor," zegt zij, "dat er opzettelijk stengels en nog eens stengels buiten de schoven voor ons achterblijven. En nog niet tevreden met zulke liefdadigheid, deelt hij, nadat hij de juiste vruchten naar verhouding tot het zaad heeft genomen, de rest aan ons uit. O! Hij wacht hier niet mee tot het sabbatsjaar!
Maar hij doet altijd goed aan de armen, met zijn graan. En hetzelfde geldt voor zijn olijven, en zijn wijngaarden. Daarom zegent God hem met wonderbaarlijke oogsten. De zegeningen van de armen zijn als dauw op de zaden en de bloemen, en zij zorgen ervoor dat elk zaad meer aren voortbrengt, en dat geen enkele bloem verwelkt, zonder vrucht te dragen."'
Reacties
Een reactie posten