ogen kunnen niet, maar ziel kan wél veranderen - leert Jezus aan kleine Michaël
405.4
Maria Valtorta:
'Jezus kan zich niet langer inhouden.
Hij draait zich om, met wijd open ogen en een stralende glimlach,
en zegt: "Je hebt het Me al verteld! Want Ik heb alles gehoord. Kom hier, kleine jongen!"
O! Het kind hoeft het geen twee keer te horen!
En hij werpt zich op Jezus, streelt Hem, kust Hem, raakt met zijn pink Zijn voorhoofd aan,
Zijn wenkbrauwen, Zijn gouden wimpers... kijkt in Zijn blauwe ogen,
wrijft over Zijn zachte baard en zijdezachte haar,
en zegt bij elke ontdekking:
"Wat bent U mooi! Mooi! Mooi!"
Jezus glimlacht, en Matthias glimlacht.
En dan, als de anderen wakker worden, omdat de kleine nu niet meer zo oplettend is,
glimlachen de discipelen en apostelen als ze die zorgvuldige inspectie zien,
herhaald door het kleine mannetje, halfnaakt, mollig,
dat zalig Jezus' lichaam langs loopt
om Hem van top tot teen te bekijken,
en eindigt met te zeggen: "Draai U om!"
En dan legt hij uit: "Om de vleugels te zien!"
En hij vraagt teleurgesteld: "Waarom hebt U die niet?"
"Ik ben geen engel, kind."
"Maar U bent God!
Hoe kunt U God zijn als U geen vleugels hebt?
Hoe ga je dan naar de hemel?"
"Ik ben God.
Net omdat Ik God ben, heb Ik geen vleugels nodig.
Ik doe wat Ik wil, en Ik kan alles."
"Maak mij dan ogen zoals die van U. Ze zijn prachtig!"
"Nee. De ogen die jij hebt, heb Ik jou gegeven, en Ik vind ze mooi zoals ze zijn.
Zeg me liever dat je een rechtvaardige ziel wil worden,
zodat Ik steeds meer van jou kan houden."
"Die hebt U mij ook gegeven.
Dus U vindt haar mooi zoals ik haar heb!"
zegt het jongetje met kinderlijke logica.
"Ja, nu vind ik haar zo leuk, omdat ze onschuldig is.
Maar terwijl jouw ogen altijd deze kleur van rijpe olijven zullen behouden,
kan jouw ziel van wit naar zwart veranderen, als ze slecht wordt."
"Slecht, nee... Ik hou van U,
en Ik wil doen wat de engelen zeiden toen U geboren werd:
'Vrede zij God in de hemel, en eer aan de mensen van goede wil!'''
zegt het jongetje, verkeerdelijk, waardoor de volwassenen in lachen uitbarsten,
wat hem kwetst en hem het zwijgen oplegt.
Maar Jezus troost hem en corrigeert:
"God is altijd Vrede, jongen. Hij is de Vrede.
Maar de engelen gaven Hem eer omwille van de geboorte van de Verlosser,
en gaven de mensen de eerste regel om de vrede te verkrijgen die uit Mijn geboorte voortvloeit:
'Heb goede wil!'... Die die jij wilt..."
'Ja. Geef hem mij dan.
Leg hem hier neer, waar die man zegt dat mijn ziel is,"
en hij tikt een paar keer met zijn wijsvingers op zijn borst.
"Zeker, kleine vriend. Wat is jouw naam?"
"Michaël!"
"De naam van de machtige aartsengel!
Dan wens Ik jou het allerbeste, Michaël.
En moge jij een belijder van de ware God zijn,
die tegen vervolgers, net zoals je engelachtige beschermheer, zegt:
'Wie is als God?'...
Gezegend moge je zijn, nu en voor eeuwig!"
En Hij legt Zijn handen op het kind.
Maar de kleine is nog niet overtuigd.
Hij zegt: "Nee. Kus hier. Op de ziel.
En daarbinnen zal Uw zegen binnenkomen,
en voor altijd verborgen blijven!"
En hij ontbloot zijn kleine borst om gekust te worden,
zonder dat er een obstakel komt tussen zijn kleine lichaam en de goddelijke lippen.
De aanwezigen glimlachen en zijn samen ontroerd.
En daar zit wat in!
Het wonderbaarlijke geloof van de onschuldige,
die instinctief, zouden sommigen zeggen, naar Jezus ging,
of ik zou zeggen, door de aansporing van de Geest...
is werkelijk ontroerend.
En Jezus wijst hierop door te zeggen:
"Ah! Als iedereen maar een kinderhart had!..."'
Reacties
Een reactie posten