palmbomen als zuilen in tempel
390.3
M. Valtorta:
'Eindelijk komen ze uit op een rechte straat, de enige rechte straat in deze stad,
die niet gebouwd is zoals ze zelf gewild had, maar zoals de palmbomen
of de machtige pistachebomen het gewild hebben, vast eeuwenoud,
en gerespecteerd als notabelen door de burgers,
die het aan hen verschuldigd zijn
niet te sterven aan een zonnesteek.
En kijk, aan het eind daarvan een plein,
waar de stammen van talloze palmbomen als zuilen dienen.
Het lijkt op een van die zuilenhallen van oude tempels en paleizen,
bestaande uit een enorme ruimte gevuld met zuilen die op regelmatige afstanden geplaatst zijn
om een woud van stenen te vormen dat het plafond ondersteunt.
Hier fungeren de palmbomen als zuilen
en, zo dicht als ze zijn, vormen ze met hun kussende bladeren
een smaragdgroen plafond boven het witte plein,
in het midden waarvan een hoge, vierkante fontein staat
gevuld met kristalhelder water,
dat uit een kleine zuil in het midden van het bassin stroomt,
en in lagere poelen valt, waaruit de dieren kunnen drinken.
Net nu hebben de duiven, tam en vredig, het terrein bestormd
en ze drinken of dansen met hun roze pootjes op de hoogste rand,
of besproeien hun veren, glinsterend, hun iriserende glans versterkend
met de waterdruppels die even op hun vleugels blijven hangen.
Er zijn al mensen.
En er zijn de acht apostelen,
die her en der hebben rondgezworven op zoek naar onderdak,
waarbij elke apostel zijn eigen volgelingen om zich heen verzamelde,
die ernaar verlangen Hem te horen die de apostel aanwees
als de beloofde Messias.
De apostelen haasten zich van alle kanten naar de Meester,
en als evenzovele kometen slepen ze de kleine groepjes
van hun overwinningen met zich mee.'
Reacties
Een reactie posten