Johannes overstuur bij gedachte aan Jezus' dood
392.6
Maria Valtorta:
'Jezus loopt over een smal pad langs de muren,
een pad zo breed als twee handpalmen, waaronder leegte, dood, ligt.
De apostelen volgen Hem, en vermijden het in de angstaanjagende afgrond te kijken.
Nu zijn ze weer bij de poort waardoor ze binnenkwamen.
Jezus loopt de heuvel af, zonder te stoppen.
De stadspoorten worden ook aan deze kant gesloten...
Vele meters van de stad af stopt Hij dan toch,
en legt Zijn hand op de schouder van Petrus,
die, terwijl hij zijn zweet afveegt, zegt:
"We zijn maar net op tijd ontsnapt! Vervloekte stad!
En vervloekte vrouw! O, arme Ananias!
Die is erger dan mijn schoonmoeder!...
Wat een slang!"
"Ja. Ze heeft het koude hart van een slang...
Simon, zoon van Jona, wat zeg je nu?
Ondanks alle verdedigingswerken...
lijkt deze stad jou veilig?"
"Neen, Heer! Ze heeft geen God in zich.
Ik zeg dat ze hetzelfde lot zal ondergaan
als Sodom en Gomorra!"
"Je hebt gelijk, Simon van Jona!
Ze is bezig alle bliksemschichten van de goddelijke toorn om zich heen te verzamelen.
En niet zozeer omdat ze Mij hebben verdreven, maar omdat ze de Dekaloog overtreden,
in elk van de Tien Geboden.
Laten we nu gaan.
Een grot zal ons verwelkomen met zijn koele schaduw,
tijdens deze uren van zonneschijn.
En bij zonsondergang zullen we dan naar Keriot gaan,
van zodra de maan het toelaat..."
-
"Mijn Meester!" kreunt Johannes,
in een plotselinge uitbarsting van tranen.
"Maar wat scheelt er met je?" vragen ze allemaal.
Johannes kan het niet uitleggen.
Hij huilt met zijn handen voor zijn gezicht, licht gebogen...
Hij lijkt al op de gekwelde Johannes van de Passie...
"Huil niet! Kom hier... We hebben nog heerlijke uren voor ons,"
zegt Jezus, terwijl Hij hem naar Zich toe trekt.
Wat, hoewel het het hart troost,
ook de tranen doet oplaaien.
"O, Meester! Mijn Meester!
Wat zal ik doen?! Wat zal ik doen?!"
"Wanneer dan, broer?"
"Wanneer, vriend?"
vragen Jakobus en de anderen.
Johannes worstelt om te spreken.
Dan heft hij zijn gezicht op,
en slaat zijn armen om Jezus' nek,
en dwingt Hem om Zich over zijn gekwelde gezicht te buigen,
en roept uit - en antwoordt Jezus, in plaats van hen die hem wat vroegen:
"Als ik U zie sterven!"...
"God zal jou helpen, Zijn geliefde kind!
Je zult Zijn hulp niet missen. Huil niet meer.
Laten we gaan! Laten we gaan..."
En Jezus loopt, hand in hand, met de man
die door tranen verblind is...'
Reacties
Een reactie posten