slapers in hooischuur doen denken aan kerststal
405.2
Maria Valtorta:
'De boeren die het huis bezitten, keren terug.
Mannen, vrouwen, kinderen.
En met hen zijn de discipelen die we eerder gezien hebben.
Ze zien Jezus en Zijn metgezellen slapen op de hooibergen,
en gaan fluisteren om hen niet wakker te maken.
Sommige moeders slaan hun kind als het weigert stil te blijven.
Of ze doen in ieder geval alsof.
Eén jongetje loopt met de pasjes van een duif,
en met een vinger in zijn mond, naar Jezus om Hem te bekijken,
"de mooiste!" zegt hij, die slaapt met Zijn hoofd rustend op Zijn arm,
die als een kussen is opgevouwen.
En iedereen, blootsvoets, op de tenen, doet hem uiteindelijk na,
vooral Matthias en Johannes, die tot tranen toe geroerd zijn
als ze Hem zo op de hooibergen zien slapen,
en Matthias merkt op:
"Net als in Zijn eerste slaap, ook nu...
onze Meester, en minder gelukkig dan toen...
Zijn Moeder ontbreekt ook..."
"Ja. Hij heeft alleen de vervolging dichtbij...
Maar wij zullen Hem altijd liefhebben!
Wij zullen Hem altijd liefhebben, zoals in dat uur!..."
antwoordt Johannes.
"Nog meer, Matthias. Nog meer!
Toen hielden we alleen van Hem uit geloof,
en omdat het zoet is om van een kind te houden.
Maar nu houden we ook van Hem door kennis..."
"Hij werd al van jongs af aan gehaat, Johannes.
Herinner je dat het gebeurde om Hém te treffen!..."
en Matthias valt weg in de herinnering.
"Het is waar... Maar gezegend zij die pijn!
We zijn alles kwijt, behalve Hem. En dat is belangrijk.
Wat voor nut zou het ons hebben gebracht als we onze familie,
ons huis, onze kleine troost nog hadden gehad, als Hij dood was geweest?"
"Het is waar. Je hebt gelijk, Matthias.
En wat voor nut heeft het om de hele wereld te hebben,
als Hij er niet meer is?"
"Praat er niet met me over...
Dan zijn we pas echt straatarm...
Ga jullie maar! Wij blijven bij de Meester!"
zegt Johannes dan, terwijl hij de boeren wegstuurt.
"We hebben er spijt van dat we er niet aan gedacht hebben om ze de sleutel te geven.
Ze hadden het huis binnen kunnen gaan, dat was beter geweest..."
zegt de oudste man van het huis.
"We zullen het aan hen vertellen...
Maar Hij zal ook blij zijn met jullie liefde.
Ga maar, ga..."
De boeren gaan het huis binnen,
en al snel vertelt de rook uit de schoorsteen, dat er eten wordt klaargemaakt.
Maar ze doen het netjes, terwijl ze de kleintjes binnen houden, weinig lawaai makend...
en al even stil brengen ze dan het eten naar de discipelen en fluisteren:
"We hebben wat voor hen apart gehouden...
Voor als ze wakker worden"...
Dan valt er weer stilte over het huis.
Misschien hebben de oogsters, die sinds zonsopgang aan het werk zijn, zich op hun bed geworpen
om uit te rusten tijdens deze uren, waarin het onmogelijk zou zijn
om onder de brandende zon op het veld te blijven.
Ook de discipelen dommelen...
Zelfs de duiven en mussen rusten...
Alleen de zwaluwen vliegen onvermoeibaar rond,
en hun snelle vlucht schrijft blauwe woorden in de lege ruimtes
en schaduwrijke woorden op het witte erf...'
Reacties
Een reactie posten