man is bezeten van Beëlzebub - wil niet terug naar hel
420.5
Maria Valtorta:
'Na Zijn bevel om te zwijgen,
heeft Jezus Zelf niet meer gesproken.
Hij staart alleen maar naar de bezeten man.
Maar nu stopt Jezus en heft Zijn armen op,
strekt ze uit naar de bezeten man; staat op het punt te spreken.
De kreten worden werkelijk hels.
De bezeten man kronkelt, springt van links naar rechts en omhoog.
Hij lijkt te willen vluchten of zich te willen losrukken, maar hij kan niet.
Hij zit vastgenageld en zodra hij zich niet meer kan bewegen,
is verdere beweging onmogelijk.
-Genezing bezetene (Doré)-
Wanneer Jezus Zijn armen uitstrekt,
met uitgestrekte handen alsof Hij vervloekt,
schreeuwt de bezeten man harder en begint,
na al dat vloeken, lachen en lasteren,
te huilen en te smeken.
"Naar de hel, nee! Nee, naar de hel! Stuur me daar niet heen!
Mijn leven is ook hier, in deze mensengevangenis, al verschrikkelijk,
want ik wil de wereld rondzwerven en Jouw schepselen verscheuren.
Maar daar, daar, daar!… Nee! Nee! Nee! Laat me met rust!…"
"Kom uit deze man. Ik gebied het je!"
"Nee!"
"Kom eruit!"
"Nee!"
"Nee!"
"Nee!"
"Kom eruit!"
"Nee!"
"In de naam van de ware God, kom eruit!"
"O! Waarom overwin Jij mij? Maar ik kom er niet uit, nee!
Jij bent de Christus, de Zoon van God, maar ik ben..."
"Wie ben jij?"
"Ik ben Beëlzebub.
Ik ben Beëlzebub, de Heer van de wereld!
En ik buig niet. Ik daag Jou uit, o Christus!"
De bezeten man verstijft plotseling, rigide, haast hiëratisch,
en staart Jezus aan met fosforescerende ogen.
Hij beweegt nauwelijks zijn lippen bij onverstaanbare woorden
en maakt kleine bewegingen met zijn handen,
die hij naar zijn schouders brengt,
met gebogen ellebogen.
Ook Jezus stopt.
Met Zijn armen over elkaar geslagen, staart Hij hem aan.
Ook Jezus beweegt nauwelijks Zijn lippen.
Maar ik versta geen woord.'
Reacties
Een reactie posten